Home Techniek Achtergrond AI in de fotografie: evolutie of bedreiging? 

AI in de fotografie: evolutie of bedreiging? 

0
Still life (2025). © Midjourney

AI is al niet meer weg te denken. Ook in de fotografiewereld zorgt de technologie voor verdeelde reacties. Waar de één AI ziet als de volgende stap in de ontwikkeling van fotografie, vindt de ander dat een AI-afbeelding per definitie geen foto is.

Wanneer is iets eigenlijk een foto?

Volgens conceptueel kunstenaar Růženka Bisecker Vacca, die al jaren experimenteert met de grenzen van beeld en fotografie, begint de discussie bij de verkeerde vraag. Niet of AI wel of niet thuishoort binnen de fotografie, maar wat fotografie eigenlijk ís.

“Ik zie AI eigenlijk gewoon als klei of als verf. Een materiaal.”

Volgens haar is fotografie veel moeilijker af te bakenen dan vaak wordt gedacht. “Wanneer is iemand een fotograaf? Mijn zoon van zeventien fotografeert de hele dag. Is hij dan fotograaf? En iemand die professioneel werkt, maar één foto per maand maakt, is die dan meer fotograaf? Het label interesseert me eigenlijk helemaal niet. Ik kijk naar het beeld.”

Voor fotograaf en schrijver Eduard de Kam, die zich al decennialang bezighoudt met fotografietechniek en beeldbewerking, ligt die grens veel duidelijker. “Een door generatieve AI gemaakte afbeelding is geen foto. Het is een plaatje of een illustratie dat bedrieglijk veel op een foto kan lijken, maar, omdat het niet met een camera gemaakt is, is het geen foto.”

Een oude discussie in een nieuw jasje

Volgens Bisecker Vacca is de weerstand tegen AI niet nieuw. Ze trekt een parallel met de negentiende eeuw, toen de fotografie haar intrede deed. “We kunnen dit gesprek over AI niet voeren zonder ook naar de beginjaren van de fotografie te kijken. Schilders zeiden toen ook: dit is geen echte kunst, want je hoeft alleen maar op een knopje te drukken. We zijn exact op hetzelfde moment aanbeland.” De geschiedenis herhaalt zich dus, volgens haar. Toen fotografie haar intrede deed, werd die door veel schilders eveneens met wantrouwen bekeken. Fotografie zou geen kunst zijn, omdat je “alleen maar op een knopje hoefde te drukken”. Ze noemt schilder George Hendrik Breitner, die foto’s gebruikte als hulpmiddel voor zijn schilderijen. “Dat mocht niemand weten. Nu zie je dezelfde schaamte rondom AI: heb ik het wel zelf gemaakt?”

Ook het veelgehoorde argument dat AI niets nieuws creëert omdat het bestaande beelden gebruikt, overtuigt haar niet. “Niemand leeft in een vacuüm. Iedereen ziet duizenden beelden per dag. Die neem je allemaal mee wanneer je zelf iets maakt.” Dit vergelijkt ze met taal. “We hebben maar 26 letters. Toch zijn er miljarden boeken geschreven. Je zegt toch ook niet: die letters zijn al gebruikt, dus we kunnen niets nieuws meer maken?”

Voor De Kam ligt juist daar een belangrijk bezwaar. Volgens hem is generatieve AI gebouwd op een fundament van foto’s die zonder toestemming van de makers zijn gebruikt. Daarnaast wijst hij op het hoge energieverbruik van AI-systemen en op de onbetrouwbaarheid van gegenereerde beelden en teksten. “Tevens geeft het onbetrouwbare resultaten, bijvoorbeeld 6 vingers in afbeeldingen. Het lijkt me een bedreiging voor het vak.” Over het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor het trainen van AI-systemen lopen de juridische en maatschappelijke discussies nog volop.

Hoewel beide fotografen erkennen dat AI steeds zichtbaarder wordt binnen de beeldcultuur, verschillen zij fundamenteel van mening over de vraag of gegenereerde beelden nog binnen de fotografie thuishoren. Waar Bisecker Vacca AI beschouwt als een nieuw artistiek medium, ziet De Kam vooral risico’s voor het fotografische vak en de geloofwaardigheid van beeld.

Invloed op het vak

Over één punt zijn beide makers minder verdeeld: AI kan als hulpmiddel nuttig zijn. De Kam noemt toepassingen als selecties maken, ruisonderdrukking en het vergroten van foto’s. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat fotografen kritisch moeten blijven op wat AI toevoegt of verandert. Generatieve AI ziet hij echter als een grotere bedreiging. “Nu zijn er nog fotografen die die techniek gebruiken, maar eigenlijk zijn die daar niet meer voor nodig. Iedereen kan straks zijn eigen beeldwensen vervullen. Dat zal niet bijdragen aan de hoeveelheid werk voor fotografen.”

Ook vreest hij dat AI leidt tot een uniforme beeldtaal. “AI-beelden hebben de neiging naar een bepaald soort esthetiek. Fotografen zullen zich daar waarschijnlijk aan moeten aanpassen als ze nog opdrachten willen uitvoeren.”

Bisecker Vacca gebruikt AI juist om beelden te maken die zonder die techniek niet zouden bestaan. Daarbij is het volgens haar allesbehalve een kwestie van een paar woorden intypen. “Ik ben soms acht uur bezig voordat een beeld helemaal zo is als het in mijn hoofd zat.” Toch ziet ook zij een risico. “Je typt drie woorden in en krijgt meteen een beeld. Ik maak me zorgen dat mensen, bijvoorbeeld jonge kunststudenten, daardoor minder onderzoekend worden.”

Maar, volgens haar blijft de techniek uiteindelijk ondergeschikt aan het idee. “Het gaat erom: heb je een idee of niet? Dáár onderscheid je je mee.” 

De toekomst van fotografie

Over de toekomst van fotografie verwachten beide fotografen dat AI blijvend onderdeel zal worden van het vak, maar hun verwachtingen lopen uiteen.

De Kam denkt dat vooral documentairefotografie, journalistieke fotografie en trouwreportages hun waarde behouden. “Ik denk dat er nog steeds behoefte zal zijn aan echte fotografie.”

Bisecker Vacca hoopt juist dat fotografen zich niet afsluiten voor nieuwe ontwikkelingen. “Als iedereen dat had gedaan, dan zaten we nu nog met een stokje in het zand te tekenen.” Volgens haar heeft de beeldende kunst zich altijd ontwikkeld door nieuwe technieken te omarmen. Ze mist in de huidige discussie vaak een historisch perspectief. “Als je naar de geschiedenis van de fotografie kijkt, snap je ongeveer waar AI zich nu bevindt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam