Levensvatbaar
Stilleven. Stil leven. Wie wil er nou in hemelsnaam stil leven?! Het woord alleen al heeft me in mijn jonge jaren ontzettend geïrriteerd. Als ik een stilleven zag hangen in een museum of galerie, dan liep ik er strak langs. In boeken bladerde ik snel door als ik er een zag en als ik er tijdens mijn studie mee werd geconfronteerd, deed ik mijn jas aan en verliet linea recta de les. Ik was als student echt beledigd dat ik mijn kostbare tijd moest verdoen aan het natekenen of fotograferen van een stilleven.
Achteraf gezien had ik gewoon altijd te veel haast om oog te hebben voor de stillevens in mijn leven. Ik vloog als een speer door de dagen en de weken, zonder tijd te nemen voor verstilling. De enige momenten dat ik even vertraagde waren tijdens mijn reizen. Ik fotografeerde bijvoorbeeld de afgelopen 40 jaar talloze hoekjes van motelkamers. Volgens mijn nieuwste inzichten maakt dat mij, zonder het ooit geweten te hebben, toch tot een stilleven-fotograaf. Het kan raar lopen in het leven.

Ook nu ik meer innerlijke rust heb en met een mildere blik naar stillevens kijk, blijft dit het genre dat de meeste vragen bij me oproept. Woordenboeken noemen een stilleven een verzameling levenloze, vaak alledaagse objecten. Maar wanneer noem je iets levenloos? Is een kraan levenloos als er zo meteen weer water uit stroomt? Is een gasfornuis levenloos terwijl de vlammen bewegen? Bestaat een stilleven pas op het moment dat het wordt vastgelegd? En wordt een foto van een foto van een stilleven daarmee zelf ook een stilleven?
Er bestaat ook een bredere opvatting van het stilleven, terug te vinden in de vroegste jaren van de fotografie. In die wonderlijke periode probeerden fotografen de schilderkunst zo nauwkeurig mogelijk te imiteren. Schilders hielden zich sinds de 17de eeuw bezig met stillevens, vaak met symboliek die wij nu vanitas noemen, voorwerpen die verwezen naar vergankelijkheid en de onontkoombaarheid van de dood. In bredere zin werd dit soort moralistische stillevens later ook verbonden aan het begrip memento mori, een herinnering aan de tijdelijke aard van het leven en van alle bezittingen.
Los van het inhoudelijk component, was het met oog op de ellenlange sluitertijden van destijds, maar goed dat een van de geliefde thema’s in de schilderkunst het stilleven was. De eerste fotografen konden meteen aan de slag met nabootsen, levenloze objecten konden immers eindeloos poseren zonder een vin te verroeren. De gedekte tafel van Joseph Nicéphore Niépce staat te boek als het eerste gefotografeerde stilleven. Na hem volgde een lange rij fotografen die de kleurrijke stillevens uit de schilderkunst in zwart wit probeerden na te maken.

Terwijl portretfotografie zich ondertussen ontwikkelde tot sociaal document en landschapsfotografie zich dienstbaar maakte als bewijs van ontdekkingsdrift, stond het stilleven lange tijd letterlijk stil en ontwikkelde zich niet. Kijk maar eens naar de foto van Frederick G. Tutton, een eeuw na de ontdekking van de fotografie was hij nog geen millimeter opgeschoten ten opzichte van wat de schilderkunst al eeuwenlang produceerde. Gelukkig waren er begin vorige eeuw ook fotografen mét vernieuwingsdrift en zo ontstonden in de loop der jaren allerlei intrigerende varianten op het thema stilleven.

In deze tijd, waarin alles en iedereen voortdurend wordt gefotografeerd, is het stilleven bijna een daad van verzet. Wie nu stilleven maakt, kiest voor concentratie in plaats van consumptie. Veel fotografen zijn gelukkig nog niet uitgekeken op het stilleven en vinden telkens weer manieren om de grenzen van het genre op te rekken.
Een van de meest enerverende en tegelijk ontroerende stillevens die ik ken, is het gasfornuis van Gursky. Ik kan er uren naar kijken en raak dan gebiologeerd door het felle lichtblauwe vuur. Vergankelijker dan een vlam bestaat bijna niet, zelfs een zeepbel is een langer leven beschoren. En toch, tijdens de fractie van een seconde dat die vlammetjes bestonden, heeft Gursky ze gezien, vastgelegd en voor de eeuwigheid bewaard.
Hoe langer je naar de foto kijkt, hoe meer het stilleven gaat leven. Het suizen van het gas, de warme gloed van de gaspitten, de duizenden maaltijden die zijn gemaakt en zullen worden gemaakt op dit bescheiden gasfornuis, het geklessebes aan de onzichtbare eettafel in de onzichtbare keuken, het is allemaal te beleven in dit ene beeld.

Over koken gesproken, Laura Letinsky laat zorgvuldig gecomponeerde, fictieve restanten van nietbestaande maaltijden zien. Ze past daarmee keurig in de klassieke memento mori stroming, tegelijkertijd onttrekt ze door subtiele maar ingrijpende ingrepen haar beelden aan de bekende clichés en geeft zo het stilleven-genre een duw voorwaarts.
Het zijn geen grote gebaren die ze maakt, de foto’s zijn op het eerste oog best een beetje saai, maar het moment dat je je realiseert dat ze aan het tafelkleed getrokken heeft totdat het niet meer ging, is op een bescheiden manier intens opwindend. Kijk eens hoe het vorkje zich met hand en tand vastklampt aan het schotelrandje, uit angst om op de grond te vallen. De aandacht van de kijker wordt door Letinsky echt beloond.

than ever (2002). © Laura Letinsky
Hedendaagse stillevens tonen aan dat het stilleven allang niet meer gaat over fruitmanden en doodskoppen. Het is een genre dat zich voortdurend vernieuwt en in de kolkende chaos van de 21ste eeuw is het misschien wel het meest relevante genre.
Het stilleven is van nature meditatief en biedt daarmee een sereen alternatief voor de visuele hektiek waarmee we overspoeld raken. De inherente mindfulness is wat het stilleven beschermt van de ondergang.
De inherente mindfulness is
wat het stilleven behoedt
voor de ondergang.
AI heeft nog een lange weg te gaan als het op stillevens aankomt, want wat ik er zo van zie, loopt het voorlopig nog wat eeuwen achter. Zoals eigenlijk met alle genres in de fotografie is het maar net welk creatief talent zich verbindt aan AI, want als dat niet gebeurt en je prompt ‘/imagine: a still life photo’ dan krijg je gewoon een ouderwets tafereeltje met wat fruit en bloemen. Pas je prompt wat aan en je krijgt nog duizend varianten, perfect belicht, oneindig gepolijst. De oude meester zouden er hun vingers bij aflikken, maar wat moet je er mee!

Nu steeds meer fotografen weer grijpen naar analoge camera’s, lange sluitertijden en onregelmatig licht, ligt de toekomst van de stillevenfotografie misschien niet in het gevecht tegen kunstmatige perfectie, maar in het experimenteren met kleine analoge interventies die grote gevolgen kunnen hebben. Daarin schuilt wellicht nieuw perspectief.
Het is in ieder geval de reden dat ik ooit de foto van de wastafel kocht van Ayako Ishiba. Mijn mond viel open toen ik na een paar keer kijken zag wat ze had gedaan. En elke dag dat ik de foto tegenkom, troost haar werk me met de belofte dat een goed idee, hoe klein het ook is, artistieke bergen kan verzetten.

Růženka Bisecker Vacca (1970) is conceptueel kunstenaar, opgeleid aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut.







