AI zal grote impact hebben op de manier waarop we voortaan visuele informatie vastleggen, creëren en interpreteren. Růženka Bisecker Vacca bespreekt elke maand een onderwerp.
Een van mijn zoons vroeg me ooit “’Mamma, heb jij weleens een echte baan gehad, zoals normale mensen?” Jazeker, ik heb in een boekhandel gewerkt en dat was een prachtig jaar! Heerlijk, elke dag met boeken in de weer zijn, ze op alfabet zetten. Bestellen, beveiligen, bekijken. Uitpakken, inpakken. Aanprijzen, afprijzen. Inlezen, uitlezen. Rechtzetten, wegzetten. Inkopen, verkopen. Afrekenen, uitrekenen. Ik hield van elk aspect.
Ik bekeek in de loop van dat jaar vele duizenden boekomslagen en langzaam drong tot me door dat bepaalde omslagen echt verdomd veel op elkaar leken. Verbeeldde ik me dat nou, of was het echt zo? Hoe kon het ene boek nou dezelfde foto op het omslag hebben als het andere? Dat bestaat toch niet? Hoe dan?! Toen ik het fenomeen eenmaal op het spoor was, zag ik dat het vooral in één genre vaak raak was.

Ik ontdekte in die tijd Amerikaanse thrillers en kon er geen genoeg van krijgen. De metallic typografie in foliedruk vond ik prachtig en ook de onvoorspelbare sfeer van de beelden op de covers raakte een diepe snaar. Hoe meer thrillers ik verslond, hoe meer het me opviel: het wemelde van soortgelijke foto’s. Veelal schemerof avondfotografie met straatlichten, silhouetten, vuur, auto’s, bruggen en bomen. Ik nam destijds aan dat ze allemaal door dezelfde fotograaf waren gemaakt, iemand die minstens net zo van deze verhalen hield als ik.

Ik moet er nu bijna van blozen, maar het was 1991 en ik had nog nooit van het concept ‘stockfoto’ gehoord. Er was nog geen wijdverbreid internet, dus ik had echt geen idee. Sterker nog, in onze boekhandel gebruikten we microfiches, want dat was toen state of the art! Omdat ik voor mijn werk altijd alles zelf fotografeerde, ontdekte ik stockfotografie pas rond de eeuwwisseling. Ik dacht in eerste instantie dat het een gloednieuw online verschijnsel was, maar in werkelijkheid bestond het al een tijdje.
Voordat fotografie geschikt was voor reproductie in kranten, boeken en reclame, gebruikte men illustratieve gravures. Iets later graveerde men foto’s en vlak daarna, omstreeks 1880, lukte het om foto’s op grote schaal en betaalbaar te drukken. Pas na de Eerste Wereldoorlog stak de stockfotografie de kop op.
Ene H. Armstrong Roberts maakte toen een serie foto’s van wat mensen bij een vliegtuigje. Hij was zo slim om al die mensen een zogenaamde ‘model release’ te laten tekenen en dat gaf hem de vrijheid de foto’s naar eigen inzicht te verkopen. Zijn manier van werken sloeg aan. Hij fotografeerde er lustig op los en legde een voorraad (stock) beelden aan, die door iedereen gekocht konden worden. Kranten vonden het fijn dat ze niet meer voor alles een eigen fotograaf hoefden in te huren en gebruikten de hypermoderne beeldbank van Roberts graag en veel. Al snel kwamen er meer beeldbanken en de stockfotografie was niet meer weg te denken.
Hand in hand met de razendsnelle reclamewereld groeide dit type fotografie op en samen bedekten ze de wereld met een laagje gemak en schoonheid. In de loop der decennia ontstond die typische stockfoto-sfeer. Die foto’s herken je eenvoudig als stockfoto. Ze ogen crispy, clean en optimistisch. Zelfs de wat duistere foto’s zijn op hun eigen manier helder en toegankelijk. Intrigerend vind ik dat stockfotografie tegelijkertijd onzichtbaar én alom aanwezig is. Hoe is dat mogelijk? Een kijkje op de site van een stock agency verklaart een hoop: sommige platforms onthullen hoe vaak de foto’s worden gedownload. De foto van Alex Fu die je hier ziet, is meer dan 168.000 keer gebruikt. Laat dat eventjes bezinken… dit is de potentiële reikwijdte van een stockfoto.

Als Fu een kunstenaar was geweest die zijn foto zo vaak verkocht, dan was hij een superster. Maar een stockfotograaf opereert op de achtergrond en is eigenlijk een commerciële illusionist. Je ziet niet hoe hij het doet, maar zijn impact is enorm. Ga zelf maar eens na hoe vaak per dag je een stockfoto onder ogen krijgt.
Tijdschriften, kranten en hun websites zouden volledig in elkaar zakken zonder stockfoto’s. En wat dacht je van de reclamewereld, de boekenbranche, ontwerpbureaus, websites, blogs, Instagram, Facebook, non-profits, onderwijsmateriaal, medische brochures, noem maar op. Er is amper erkenning voor en toch zijn stockfotografen de lijm die onze samenleving bij elkaar houdt. Of moet ik zeggen… hield?

Een paar jaar geleden kregen mijn man en ik een mailtje van een klant. Hij stuurde een screenshot van een stockfoto die hij op zijn website wilde plaatsen, maar die zijn stichting zich niet kon veroorloven. Zeg Ruz, kan jij dat niet even namaken met die kunstmatige intelligentie van je? Ik verwees hem netjes door naar een gratis stock agency, maar het gaf me te denken… is stockfotografie nog wel te redden als AI zich verder ontplooit?

Ook de stock agencies zagen de bui hangen. Sommige van hen grijpen nu in, zo goed en zo kwaad als het kan, door AI aan te bieden op hun eigen site. Dat gaat als volgt: je kiest een foto met daarop een rode appel op een geel bordje. Voor een euro kun je ter plekke met AI de foto naar eigen smaak aanpassen, door de appel te vervangen door een avocado, het gele bordje door een houten plankje en dán schaf je de foto aan. Ook zijn er agencies waar je zelf je eigen ‘stock’foto kunt genereren met AI… Ehh…???
Deze ambivalente houding ten opzichte van AI lijkt mij niet erg bestendig. Je mag als stockfotograaf zelf (nog) geen AIbeelden inleveren bij deze platformen, maar ze gooien je zorgvuldig met de hand gemaakte foto’s wel voor de digitale leeuwen, zonder dat je daar grip op hebt. Hoe moet je je daartoe verhouden als stockfotograaf?
Dat zelfs de meest beroemde agencies inmiddels AI aanbieden, geeft mij het gevoel dat het doek is gevallen voor de stockfotograaf. Er zijn zo veel voordelen! Geen gedoe meer met model releases, geen onvolkomenheden, perfect beeldmateriaal tegen een fractie van de prijs, snel schakelen en op de actualiteit inspelen, geen dure, tijdrovende foto- shoots meer. What’s not to like? Ik zou willen dat ik ernaast zit en dat er mensen zijn die toch hun weg uit het AI-dal weten te vinden.

Tijdens mijn zoektocht naar een hoopvolle tegenbeweging zag ik ergens in het donker een heel fel lichtje branden en dat leidde mij naar Lucy Lambriex, allround maker en stockfotograaf. Zij maakt sinds 2009 stockfoto’s en trekt zich he-le-maal niks aan van AI, het laat haar koud. Ze vertrok geen spier toen ik liet zien hoe ik me met AI binnen een paar seconden meester maakte van een screenshot van een van haar foto’s. Ik ben onder de indruk van het zelfvertrouwen dat ze uitstraalt, in deze tijd waarin AI een frontale aanval doet op het werk van fotografen.
Lambriex voelt zich er niet door bedreigd, want in vergelijking met echte foto’s vindt ze AI-beelden een beetje off. Ze verwacht daarom dat klanten blijven kiezen voor ‘echt’ omdat ze zelf echt zijn en hun product aan echte mensen willen verkopen. Lambriex’ meest succesvolle foto’s zijn niet altijd even scherp en worden door klanten juist gekozen omdat ze zo menselijk zijn. Vieze nagels, warrig haar, het draagt allemaal bij aan de persoonlijke uitstraling en aantrekkingskracht van haar werk. Het lijkt wel dat hoe meer AI overneemt van de markt, hoe groter de kans is voor fotografen om zich te onderscheiden, omdat zij wél persoonlijk en authentiek werk maken. Iets waar AI op dit moment alleen nog maar van zou kunnen dromen…

Als je het zo bekijkt groeien de kansen voor stockfotografen, niet ondanks maar juist dankzij AI. De opkomst van fast food-ketens heeft gewone restaurants niet platgelegd, integendeel, de slow food experience is iets waar klanten graag veel meer geld voor neertellen dan voor een snelle fix in de drive thru. Is het een idee om de door AI gemaakte stockfoto’s ‘speed stock’ te noemen en de door mensen gemaakte beelden ‘slow stock’? Als stockfotografen zich gewoon rustig blijven focussen op hun eigen point of view, dan is slow stock hopelijk de sleutel tot hun survival van de stock-apocalyps.
Lambriex’ stockfotografie-cursus Turn Your Life Into A Living is te volgen op Skillshare.
Dit artikel is eerder verschenen in Focus 4 – 2025
Nieuwsgierig naar meer AI-artikelen? lees dan ook: AI – Echt nep







