Home AI Glossy Ghetto

Glossy Ghetto

0
Crying gypsie boy (1969). Bruno Amadio.
Crying gypsie boy (1969). Bruno Amadio.

AI zal grote impact hebben op de manier waarop we voortaan visuele informatie vastleggen, creëren en interpreteren. Růženka Bisecker Vacca bespreekt elke maand een onderwerp.

Klein Duimpje, De prins en de bedelaar, Alleen op de wereld, Sjakie en de chocoladefabriek, Hans en Grietje, Oliver Twist, Kruimeltje, Assepoester. Een kleine greep uit de vele hongerfantasieën die ik las in mijn kindertijd. Ik vond het troostrijk om te lezen over kinderen die nog minder geld hadden dan wij. Mijn ouders zeiden dat rijkdom niet in geld te meten was en dat wij op een andere manier schatrijk waren. Ik snapte er niks van. Ik liep op gympen van de Zeeman, terwijl mijn klasgenoten splinternieuwe Nikes droegen, hoezo waren wij dan rijk?

Om de verwarring over armoede compleet te maken, woonde ik om de hoek bij het kamp van Koko Petalo, de beroemde zigeunerkoning (tegenwoordig zeggen we Romaleider). Ik moest er vaak langslopen en keek dan mijn ogen uit. Volgens de roddels waren ze werkloos en straatarm, maar ik zag dikke Mercedessen, vlezige mannen met joekels van bontjassen en knoeperds van gouden ringen, weelderige vrouwen met glinsterende rokken in knalkleuren en hun rondrennend kroost. Terwijl bij al onze buren een huilend zigeunerjongetje van Bruno Amadio in de huiskamer hing, oogden deze kinderen juist vrolijk en vrij. Was dit nou armoede?

Citizens of Hamburg waiting for soup rations (1946). Foto: Fred Ramage.
Citizens of Hamburg waiting for soup rations (1946). Foto: Fred Ramage.

En dan was er nog mijn oma, die altijd alles vergeleek met de hongerwinter. Ze was als 19 jarig meisje op hongertocht naar Drenthe gegaan, met haar baby en een fiets met houten banden. Zij vond zelfs een uitgedroogde boterham nog luxe en likte de kruimels van haar bord.

Ondertussen had ze wel maatregelen getroffen en barstte haar woning uit zijn voegen door de honderden blikken met bonen, zakken chips, pakken koekjes die ver over de datum waren, balen linnengoed, honderden zeepjes, gedroogd fruit en zakken thee. Mocht ons land ooit weer bezet worden, dan was mijn oma er in ieder geval klaar voor! Ik logeerde vaak bij haar en als ze dacht dat ik sliep, grasduinde ik door de bovenverdieping, waar oma als een ijverig eekhoorntje haar voorraden had verstopt. Onder het bed, onder de tafels, in de kasten, op de kasten, tussen de kasten. Overal lag lang houdbaar eten en ruilwaar. Niet zo gek dus dat ik gefascineerd was door de hongerwinter. Ik spitte de bibliotheek door op zoek naar beelden en die waren er genoeg. Ik zag de holle ogen van het uitgemergelde gezinnetje in bed en prees me gelukkig met mijn eigen leven.

Pas later drong tot me door dat het geen random foto’s waren, maar dat de makers fotografen waren die de tegenwoordigheid van geest hadden gehad om visueel verslag te doen van deze barre tijden. De fotografen van de Ondergedoken Camera, met hun geheime doka, deden belangrijk werk. Tegen de klippen op en ondanks de gevaarlijke situatie waarin ze verkeerden, zetten ze alles op alles om deze indringende periode voor de eeuwigheid vast te leggen.

Moeder en kinderen in Den Haag, Hongerwinter (1944). Foto Menno Huizinga.
Moeder en kinderen in Den Haag, Hongerwinter (1944). Foto Menno Huizinga.

Wij waren zo bezig met de herinneringen aan onze eigen hongerwinter, dat we geen oog hadden voor de talloze mensen die in de gruwelijk koude winters in kapotgebombardeerde Duitse steden crepeerden in de vrieskou. Wisten wij veel dat ze in Duitsland na de oorlog klappertandend uit de kelders kropen om in de rij te staan voor de gaarkeuken? Gelukkig zijn er áltijd fotografen geweest die dit soort ellende aan de vergetelheid hebben onttrokken.

Lodgers in Bayard street tenement, 5 cents a spot, 1889, Jacob Riis.
Lodgers in Bayard street tenement, 5 cents a spot, 1889. Foto: Jacob Riis.

Persoonlijk vond ik het mooiste aan de hongerwinter dat die voorbij was. Het ergste was achter de rug. De herinneringen aan de oorlogshonger ebden weg, we hadden het goed. Zó erg zou het nooit meer zijn… dacht ik. En toen werden we midden jaren 80 geconfronteerd met hemeltergende beelden van de hongersnood in Ethiopië. Kleutertjes met bolle buikjes en vliegjes in hun ogen. Vel over been.

Die heftige foto’s triggerden een kortstondige golf van gulheid en medeleven, waarvan het liedje Do they know it’s Christmas (Feed the World) en het wereldwijd bekeken Live Aid de meest memorabele voorbeelden zijn. En daarna? Daarna niks. We wenden langzaam maar zeker aan het zien van hongerlijders.

Die gewenning begon eigenlijk al in de 19de eeuw. Fotojournalist Jacob Riiss legde de hopeloze armoede in de New Yorkse sloppen vast en liet zo in 1890 aan de upper class zien How the other half lives. Zijn onthullende foto’s veroorzaakten vooruitgang in de economische situatie van de groep verschoppelingen en daar was het Riis om te doen geweest. Het publiek bewegen en in beweging zetten.

Sudan Famine (1998). Foto: Tom Stoddard.
Sudan Famine (1998). Foto: Tom Stoddard.

Tom Stoddard, de maker van de wereldberoemde, ontstellende foto van de uitgehongerde persoon en de in smetteloos wit gehulde figuur met een zak mais, maakte iets meer dan een eeuw nadat Riis de armoe in New York aan het licht bracht, foto’s in het noodlijdende Sudan. Hij deed dat om de kijker te informeren, iets bij te brengen en in de hoop verandering teweeg te brengen. Het mocht niet baten.

We zijn nu 27 jaar verder en tegenwoordig kijkt niemand meer op, van wat dan ook. We hebben foto’s gezien van alle uithoeken van de planeet, uit alle lagen van de bevolking en van elke denkbare en ondenkbare misère. De fotojournalistiek stelt al sinds de uitvinding van de fotografie misstanden aan de kaak en schijnt licht op alles dat zich in de schaduw van de welvaart afspeelt. En wij zijn murwgekeken, lijkt het soms wel.

Magical mystery slum, 2025. Foto: Ruzenka Bisecker Vacca.
Magical mystery slum, 2025. Foto: Ruzenka Bisecker Vacca.

Wat heeft AI dan nog te zoeken in dit domein? Kan dat iets toevoegen aan de fotojournalistiek? Het mix ’n match-karakter van generatieve AI suggereert dat we niks nieuws te zien krijgen, maar dat is niet zo, AI fantaseert er lustig op los. En AI houdt van ‘mooi’, wat dat ook moge zijn, dus als het even kan krijgt elke prompt een ongevraagde glow up en zo spuit AI zelfs een glanslaagje over armoede. Liefhebbers van een glossy ghetto met hier en daar een anatomisch wondertje, kunnen hier dus terecht!

Ik heb er hier al eerder over geschreven, AI kan inmiddels wél zeer overtuigend de 19de eeuwse vibe nabootsen. Dat betekent dat het in ieder geval een gouden toekomst heeft in geschiedvervalsing en dat past helemaal in het huidige post-truth-klimaat. Misschien is het ook wel geschiedverrijking, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt.

Ik ben opgegroeid met de morele belofte Nie wieder, nooit weer. We geloofden stellig in ons vermogen om beter te doen, door de geschiedenis te bestuderen. Maar kijken naar het verleden om er wat van te leren en het achter ons te laten, lijkt een achterhaalde illusie.

De geschiedenis herhaalt zich as we speak voor onze machteloze ogen. Het machtsmiddel dat een fotograaf heeft is zijn lens. Moge de fotografie een luide tegenstem zijn die het zwijgen overstemt en onze harten raakt.

Růženka Bisecker Vacca (1970, Amsterdam) is conceptueel kunstenaar, opgeleid op de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut.

Dit artikel is eerder verschenen in Focus 2 – 2025
Nieuwsgierig naar meer AI-artikelen? lees dan ook: AI – Mooi Lelijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam