Iconen in de fotografie: Maria Austria

0
Maria Austria
Maria Austria © Henk Jonker

In deze serie plaatsen we een icoon uit de fotografie in het voetlicht en vragen we een deskundige wat deze fotograaf belangrijk maakt. Voor deze aflevering vertelt uitgever, boekontwerper en schrijver van Maria Austria– Fotobiografie Martien Frijns waarom Maria Austria thuishoort op de lijst met iconen in de fotografie.

Marie Oestreicher (1915-1975) werd in de toenmalige Tsjecho-Slowaakse stad Karlsbad geboren. In 1933 begon ze in Wenen aan de opleiding fotografie aan de Graphische Lehr- und Versuchsanstalt, een van de weinige Europese opleidingsinstituten met fotografie als hoofdvak – en waar ook vrouwen werden toegelaten. Ze was niet de eerste Joodse vrouw die hier de opleiding heeft gevolgd; bekende fotografen als Dora Kallmus, Lisette Model, Alice Schalek en Trude Fleischmann gingen haar voor. Toen het antisemitisme steeds meer de kop opstak en het nationaalsocialisme onheilspellend dichterbij kwam, keerden de meesten van hen Wenen de rug toe; zo ook Marie. Met haar diploma, Rolleiflex en Leica op zak vertrok zij naar Amsterdam, waar haar zus Lisbeth woonde. Lisbeth was modeontwerpster. De gezusters werden zakenpartners en noemden hun atelier ‘Model en Foto Austria’. Enkele jaren later veranderde Marie Oestreicher haar professionele naam in Maria Austria, zoals wij haar nu ook nog kennen.

Maria Austria
Maria Austria in de studio met model.

WOII en de opbouwjaren

In 1942 stonden de zussen voor een dilemma: of gehoor geven aan de oproep van de nazi’s om te worden geïnterneerd in Kamp Westerbork als tussenstop voor Auschwitz-Birkenau als eindstation, of onderduiken. Austria was stellig: “Ze moeten me komen halen, vrijwillig ga ik niet achter tralies of prikkeldraad.” Vanuit haar onderduikadres in de Amsterdamse Vondelstraat hielp zij mee in het verzet, onder andere door paspoorten te vervalsen. Zij leerde er haar toekomstige echtgenoot Henk Jonker kennen, die zij het fotograferen bijbracht. Inmiddels waren haar moeder, haar zus en haar broer, diens vrouw en hun drie dochters gedeporteerd. Na de bevrijding keerden alleen haar zus met haar man, die zij in het kamp had ontmoet, en haar nichtjes terug naar Amsterdam. De anderen hadden de oorlog niet overleefd.

Meteen na de oorlog greep de inmiddels dertigjarige fotografe haar kans en samen met Henk Jonker, Paul Huf, Aart Klein en Willem Zilver Rupe stichtte zij het fotobureau Particam (samentrekking van ‘partizanen’ en ‘camera’), in het centrum van Amsterdam. Als een bezetene ging ze aan de slag. Ze maakte kennis met belangrijke figuren in de Nederlandse culturele wereld, die graag met haar werkten, waaronder Peter Diamand (directeur van het Holland Festival) die over haar zei: “Zonder al te veel woorden wist zij wat we wilden en bovendien maakte ze verdomd mooie foto’s.”

Maria Austria
In de Prater, Wenen, 1929-1937. © Maria Austria

Het fotoverhaal

Maria Austria was bij uitstek de fotograaf die wist hoe je met een reeks foto’s een verhaal kunt vertellen. Er zijn in de eerste twintig naoorlogse jaren tal van fotoverhalen van haar die dit kunnen illustreren. Vier daarvan verdienen hier aandacht. Als eerste De terugkerende Joden uit Westerbork. Het was juni 1945. De bevrijding was groots gevierd. Maria fotografeerde de aankomst van de laatste gevangenen uit Westerbork in Amsterdam. Ze had vooral aandacht voor de weinige spullen die ze uit het kamp mee hadden kunnen nemen. Het tweede fotoverhaal is De watersnoodramp. Maria was niet het type fotograaf dat meteen op een ramp afrende. Ze wachtte enkele dagen en reisde er toen naartoe. Hiermee creëerde ze de noodzakelijke emotionele afstand tot de rauwe realiteit. Het lukte haar om de betrokkenen in hun dagelijkse werk te fotograferen. Het derde fotoverhaal volgde een jaar later, toen Maria en Henk Jonker door (oud-verzetsstrijder – red.) Rob de Vries en Otto Frank werden uitgenodigd om het Achterhuis te fotograferen. Ze maakte onder andere een tiental portretten van Otto Frank – van zijn onderarm met het nummer dat er in Auschwitz op was getatoeëerd. Maria’s achterhuisfoto’s vormden niet alleen de basis voor het decor van de toneelopvoering op Broadway en de verfilming Het Achterhuis, maar waren ook een belangrijk hulpmiddel bij de restauratie van het Achterhuis die er enkele jaren later plaatsvond. Het vierde fotoverhaal gaat over het bezoek dat zij in 1965 bracht aan Josephine Baker. Samen met (journalist – red.) Friso Endt reisde ze naar Frankrijk en maakte zij er talrijke portretten van Baker en haar zus, die zich over twaalf pleegkinderen hadden ontfermd, ook wel de ‘regenboogkinderen’ genoemd. Het is de eerste keer dat Maria kinderen dicht op de huid heeft gefotografeerd, zoals zij dat in Wenen in de jaren dertig had geleerd.

Soldaten van de Wehrmacht, Vondelstraat, 1944. © Maria Austria

Avantgarde

In 1963 gaan Henk Jonker en Maria uit elkaar. Vanaf dat moment gaat het roer om. Voortaan richt Maria zich op haar passies: het avant-gardetheater, de moderne dans en het portret. Toeval of niet, de stemming in heel Nederland en West-Europa is omgeslagen. Het Holland Festival programmeert moderne componisten zoals John Cage, Robert Wilson, Morten Feldman en de jonge Nederlandse componisten Louis Andriessen, Micha Mengelberg en Peter Schat. Maria is erbij om de uitvoeringen te fotograferen. In dezelfde periode ontstaat het avantgardistische Mickery Theater onder de bezielende leiding van Ritsaert ten Cate. Maria wordt de huisfotograaf. Gezelschappen van over de hele wereld worden uitgenodigd. In de voorstellingen komen actuele thema’s aan de orde, zoals de verwerking van de Tweede Wereldoorlog, vrouwenemancipatie, de oliecrisis, Israël-PLO en de Vietnamoorlog. Net als de wereld om haar heen laat Maria haar gebruikelijke conventies varen. Haar foto’s zijn opeens zwart-wit, met grove korrel, zonder al te veel grijs, van dichtbij, met veel beweging en veel ruis. De mens verliest ze echter niet uit het oog. Haar portretten behouden ondanks handen-in-beweging, rook-in-gezicht of blik-omhoog-omlaag, een volstrekt humane uitdrukking. Zoals de portretten van choreografe en danser Ellen Edinoff en de acteurs van het Japanse theatergezelschap Tenjō Sajiki, die luidkeels mogen schreeuwen. Deze portretten doen sterk denken aan Edvard Munch’s beroemde schilderij De Schreeuw. Maria was en bleef de fotojournalist die verslag moest doen van het dagelijkse leven onder het motto: ‘Ik ben fotograaf en geen kunstenaar’. Zo wilde ze enkele dagen voor haar dood toch aanwezig zijn bij een protestmanifestatie van Toneelwerkgroep Proloog in Utrecht, want: “Ik moet erbij zijn. Ik moet dit fotograferen.” Zover kwam het niet.

Maria Austria
Circus Strassburger, 1955. © Maria Austria

Nalatenschap

Terugkijkend op Maria’s fotografie zijn er enkele lijnen in haar werk aan te duiden. Ze was de fotografe die, aldus haar stagiair Vincent Mentzel: “…puur op gevoel en intuïtie naar de zon keek, het diafragma openzette en de knop indrukte.” Bovendien was haar kunde in de doka uitmuntend. “Met haar handen tussen lamp en papier manipuleerde ze licht en donker. Het was magisch,” herinnerde Jo Elsendoorn (directeur van het Holland Festival) zich. Het lukte Maria om zonder aanzien des persoons portretten van gewone mensen en beroemdheden te maken. Haar talrijke vakantieportretten uit Joegoslavië en haar twee reizen naar Israël getuigen hiervan, evenals haar portretten van beroemdheden zoals Benjamin Britten, Berthold Brecht, Maria Callas, Igor Stravinsky, James Baldwin en vele anderen. Haar fotoverhalen zijn een rijke bron voor onze maatschappelijke en culturele geschiedenis. Een andere kwaliteit is haar vermogen om beweging – in het circus, theater, ballet of klassieke muziek – als vanzelfsprekend te fotograferen, zodat de kijker in verbazing achterblijft en zich afvraagt hoe ze dit zo helder voor elkaar heeft gekregen. Ik ben ervan overtuigd dat ze in de laatste periode van haar leven met haar theater- en portretfotografie een ‘nieuwe vorm van fotografie’ heeft gevonden: helder, humaan, vol beweging, hoofdzakelijk zwart-wit. Een vorm die als teken van de tijd beschouwd kan worden – een tijd in rep en roer.

Maria Austria – Fotobiografie
(tweede, herziene en uitgebreide druk)
auteur: Martien Frijns
uitgever: M10Boeken
ISBN 978 94 9333 205 8
816 pagina’s, geheel gebonden, in kleur€ 50,-
Te koop via: M10boeken


Maria Austria
Ellen Edinoff in Cantos, 1972. © Maria Austria

Maria Austria Instituut (MAI)

Het Maria Austria Instituut (MAI) verzamelt en exploiteert fotoarchieven van bijzondere kwaliteit van fotografen die een uitgesproken band met Amsterdam hebben, waaronder Maria Austria zelf.

Mirjam Boer, chef de bureau van het Maria Austria Instituut:
“De theaterfotografie in Nederland is jarenlang bepaald geweest door het werk van Maria Austria, die haar carrière als theaterfotografe in 1947 begon bij het Holland Festival. Zij was het voorbeeld voor fotografen als Pan Sok en Kors van Bennekom. Ze werd vooral gezien als de vernieuwer van de toneel- en theaterfotografie, die het genre ontdeed van de glamour, de glans en de houterigheid van speciaal voor de camera stilgezette toneelhandelingen. Haar fotografie heeft een krachtige uitstraling, die enerzijds ligt in de dramatische kwaliteit van de gefotografeerde onderwerpen en anderzijds in de werkwijze van de fotografe. De kracht van de fotografie van Austria is dat haar theaterfotografie heftig bewogen, dramatisch en avontuurlijk is en haar documentaire werk daarentegen heel subtiel. Haar straatfotografie bijvoorbeeld is altijd een klein verhaal, waarin je bij nadere bestudering opeens details opvallen die de foto nog meer diepgang geven. Dat is tekenend voor het fotografische talent van Maria Austria: onder alle omstandigheden wist ze die ene typerende foto te maken, even terloops en eenvoudig als subtiel. Wat dat betreft weerspiegelt haar werk haar karakter, een ontembare, ondanks alles, mensen liefhebbende vakvrouw. Hoewel het grootste deel van Austria’s carrière zich afspeelde in Nederland, had haar Joodse familieachtergrond en haar studie fotografie in Wenen een enorme invloed op haar latere werk en leven. In de Oostenrijkse hoofdstad waren tot 1938, toen het voor Joden verboden werd een bedrijf te bezitten, uitzonderlijk veel Joodse vrouwen als fotograaf werkzaam. Deze Vienna Shooting Girls, zoals ze later genoemd werden, hadden met elkaar gemeen dat ze vaak kinderloos, alleenstaand of gescheiden waren, en hun carrière op eigen kracht hadden opgebouwd.”
maibeeldbank.nl

Boekenlijstje
Carmiggelt, S. & Maria Austria: Iedereen kent ze. ’s-Gravenhage, D.A. Daamen’s Uitgeversmaatschappij, 1949.
Focus! Jetzt! Maria Austria – Fotografin im Exil. Tentoonstellingscatalogus van gelijknamige tentoonstelling in Jüdisches Museum Wien. Met bijdragen van Martien Frijns, Hannes Sulzenbacher en Andrea Winkbauer. Wenen, Jüdisches Museum 2023.
Foto’48. Tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Inleiding van Juri Schofer. Amsterdam, Uitgeverij Contact, 1948.
Holland zonder haast. Foto’s van Maria Austria GKf. Met een inleiding van Judith Herzberg. Amsterdam/ Antwerpen: Stichting Voetnoot, 2001.
Maria Austria. Samengesteld en vormgegeven door Kees Nieuwenhuizen. Met een inleiding van Ruth Liepman, Magda van Emde Boas en Ritsaert ten Cate. Amsterdam, De Bezige Bij, 1976.
Mickery: Pictorial: A photographic history 1966-1987. With an Introduction of Janny Donker. Amsterdam: Stichting Mickery Workshop, 1987.
Oestreicher, Felix 3lingnieuws. Brieven 1937-1943. Foto’s: Maria Austria. Samengesteld door Helly Oesteicher en Martien Frijns. Vertaling: Elbert Besaris. Doetinchem, M10Boeken, 2023.
Spera, Danielle (e.a.), Vienna’s Shooting Girls. Jüdische Fotografinnen aus Wien. Wenen: Metro Verlag, 2012.
Stap, Carla. ‘Maria Austria’. In: Scherptediepte. Depth of field. Fotolexicon. 4e jaargang, nr. 7. Zie: http://journal.depthoffield.eu/,1987.
Zweig, Stefan. Boekenmendel & De onzichtbare verzameling. Vertaald en nawoord: Ton Naaijkens. Foto’s: Maria Austria. Doetinchem, m10boeken, 2023.

Lees ook in deze serie:
Julia Margaret Cameron
Nan Goldin

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam