Cecil Beaton (Engeland, 1904-1980) was een man van vele talenten. Hij was niet alleen mode- en portretfotograaf, maar ook artdirector, mode-illustrator, kostuumontwerper, sociaal karikaturist en schrijver. Hij heeft grote invloed gehad op de Britse en Amerikaanse creatieve scene van de 20e eeuw en is nog steeds een inspiratiebron voor hedendaagse fotografen. De National Portrait Gallery in Londen toont nog tot en met 11 januari 2026 een grote tentoonstelling geheel gewijd aan Beatons modefotografie.
Met zijn tijdsbepalende foto’s legde Cecil Beaton de schoonheid, glamour en het sterrendom van het interbellum en de vroege naoorlogse periode vast. Cecil Beaton’s Fashionable World neemt je mee van de Bright Young Things, naar de Jazz Age en de Swinging Sixties. Er zijn zo’n 250 items te zien, waaronder foto’s, brieven, portretschetsen, mode-illustraties en kostuums. Er zijn portretten van onder meer Marilyn Monroe, Audrey Hepburn, Elizabeth Taylor, Marlon Brando, koningin Elizabeth II, prinses Margaret, Lucian Freud, Francis Bacon en Salvador Dalí. De tentoonstelling toont hoe de bijna volledig autodidact-fotograaf zijn kenmerkende artistieke stijl – een combinatie van Edwardiaanse toneelportretten, opkomend surrealisme en de modernistische benadering van bekende Amerikaanse fotografen uit die tijd – ontwikkelde en mode- en portretfotografie tot een kunstvorm wist te verheffen. In zijn beelden is er naast de kleding ook veel aandacht voor de poses en de sets. De geportretteerde bevindt zich veelal in een decor vol rekwisieten, een kenmerk van het opkomend surrealisme.

King of Vogue
Beatons leven stond al van jongs af aan in het teken van schoonheid, elegantie en glamour. De foto’s van actrices, en elegante vrouwen die hij als kind in tijdschriften zag, fascineerden hem. De glamour en de sterrenstatus trokken hem aan en hij wilde niets liever dan deel uitmaken van deze wereld. Dat lukte hem en hij zou jarenlang alle ontmoetingen die hij had met Hollywoodsterren, kunstenaars, high society en royalty nauwgezet bijhouden in zijn dagboeken. De tentoonstelling volgt Beatons carrière vanaf het begin, toen hij rond 1910 experimenteerde met zijn eerste camera en de foto’s uit publicaties probeerde na te maken met zijn twee zussen Nancy en Barbara en moeder als modellen. Hoe hij zijn eerste opdrachtfoto’s maakte voor de high society-mecenassen die hem op de kaart zetten en eind jaren twintig vaste fotograaf werd voor de tijdschriften Vanity Fair en Vogue. Zijn vele werk voor Vogue leverde hem zelfs de naam King of Vogue op.

My Fair Lady
Eind jaren dertig mocht Beaton zich ook hoffotograaf van de Engelse Koninklijke Familie noemen. Jarenlang legde hij vele officiële gelegenheden vast. Een misschien minder bekend feit is, dat het Ministerie van Informatie hem in de Tweede Wereldoorlog aanstelde als officieel oorlogsfotograaf. In deze functie reisde hij de wereld over om de impact van de oorlog vast te leggen in zijn eigen unieke stijl. Na de oorlog legde Beaton de elegante mode van de jaren vijftig vast in levendige kleuren en bleef grote namen uit film, kunst, en muziek fotograferen. Het was in deze periode dat hij zich steeds meer ging richten op het ontwerpen van decors en kostuums voor toneel- en filmproducties als My Fair Lady en Gigi, waarvoor hij ook meerdere prijzen – waaronder Oscars – kreeg. Daarom eindigt de tentoonstelling met de kostuums en decors voor de musical My Fair Lady, eerst op het toneel en later op het witte doek. Een mooi eerbetoon aan deze veelzijdige kunstenaar.
Frans Ankoné
Fashiondirector Avenue/Vogue/ New York Times Magazine en Romeo Gigli. Freelance mode-coördinator en docent.
“Cecil Beaton hoort absoluut thuis in de reeks Iconen in de fotografie. Hij was een societyfotograaf die veel gewerkt heeft voor zowel Vogue Amerika als Vogue Engeland. Hij was een van de eerste fotografen die altijd in de studio werkte, waarbij hij hele sets opbouwde met veel attributen en rekwisieten, iets wat niet eerder werd gedaan. In de opbouw van zijn sets werd hij volgens mij geïnspireerd door zijn grote liefde voor het theater. Het waren volledig geënsceneerde foto’s, vaak in een bestaande omgeving, maar waaraan van alles en nog wat werd toegevoegd: plastic, aluminiumfolie en heel veel bloemen. Dat maakt hem anders dan andere fotografen uit die tijd. Nu zijn zulke studiosets heel gewoon, maar destijds was het revolutionair. Het is mede door zijn modernere beelden van het Engelse Koninklijk Huis dat het werk in populariteit steeg.

Beaton was een flamboyante man die brede hoeden droeg en kleurige sjaals. Hij was een beetje een snob, zo omschreef hij zichzelf ook. Hij wilde graag bij de society, intellectuelen en kunstenaars uit die tijd horen. Deze vormden samen de Bright Young Things, een bekende beweging in de jaren twintig. Een van de centrale figuren van de groep was Stephen Tennant, een beroemde, decadente socialite. Ook Tallulah Bankhead, Daphne Fielding, Anthony Powell, Edith Sitwell, Rex Whistler, Evelyn Waugh en Olivia Wyndham en Baba Beaton, Cecil Beatons zus, maakten er deel van uit. Schrijver Evelyn Waugh voerde verschillende van hen op als personage in zijn roman Vile Bodies (1930). Stephan Tennant was een van de inspiratiebronnen voor het personage Lord Sebastian Flyte in zijn beroemde roman Brideshead Revisited. De Bright Young Things gingen van feestje naar feestje en daar was Beaton altijd bij. Hij bezat zelf een buitenhuis en daar vonden ook vele feestjes plaats; daar kwam echt iedereen. Vanaf 1930 woonde hij eerst in Ashcombe House in het Engelse Wiltshire, later kocht hij het nabijgelegen Reddish House. Een grappig weetje is dat Madonna tijdens haar huwelijk met Guy Richie ook in Ashcombe House heeft gewoond.
Hij was altijd een beetje op het randje van onaardig, venijnig. Dat zat er gewoon in, maar dat hoorde ook wel bij de Bright Young Things. Dat venijnige zag je ook terug in de dagboeken die hij zijn hele leven bijhield en waarin ook de mensen die hij fotografeerde uitgebreid besproken werd. Tijdens zijn leven zijn deze dagboeken in bewerkte versie gepubliceerd. Na zijn dood verschenen ze in een meer selectieve, maar ongekuiste editie. Beaton was lange tijd geobsedeerd door Greta Garbo, en hoewel hij overduidelijk homoseksueel was, kregen ze ook een verhouding, waarover hij ook schreef in zijn dagboeken. Later vertelde Beaton zelfs dat hij haar ten huwelijk had gevraagd.
Het is misschien niet voor de hand liggend dat hij gevraagd werd als officieel oorlogsfotograaf tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch gebeurde dat wel vaker met anderen, Lee Miller is ook zo’n voorbeeld. Zij was in het begin van haar carrière ook vooral bezig met fashion en portretten. Zij was avontuurlijker dan Beaton, hij reisde wel de wereld over, maar Miller ging echt naar het front en de loopgraven. Dat deed Beaton niet.

Ondanks al het gefeest, was Beaton wel iemand die heel hard werkte. Naast zijn fotografie heeft hij ook gigantisch veel kostuumen decorontwerpen gemaakt voor toneelstukken, filmproducties, balletten en opera’s. Hij maakte romantische en stijlvolle ontwerpen, wat je ook duidelijk terugziet in My Fair Lady, zijn grootste toneelsucces. Voor de filmversie van My Fair Lady won hij in 1964 maar liefst twee Oscars, voor kostuumontwerp en artdirection. In 1958 had hij zijn eerst Oscar te pakken voor het kostuumontwerp van de filmmusical Gigi. In 1972 werd hij geridderd en mocht hij zich voortaan Sir Cecil Beaton noemen.”
Dit artikel is eerder verschenen in Focus 5 – 2025
Lees ook: Iconen in de fotografie: Anton Corbijn







