Home AI Hybride halfgoden

Hybride halfgoden

0
Nick Cave in Paradiso (1985). Foto: George C. Bekker.
Nick Cave in Paradiso (1985). Foto: George C. Bekker.

AI zal grote impact hebben op de manier waarop we voortaan visuele informatie vastleggen, creëren en interpreteren. Růženka Bisecker Vacca bespreekt elke maand een onderwerp.

Mijn wat ongebruikelijke jeugd maakte me al jong een tikkeltje verslavingsgevoelig. De verleidingen lagen in Amsterdam Noord voor het oprapen. Biertjes vlogen me om de oren en op de lagere school werd door de oudste kinderen gerookt. Drukbezette gokkasten waar mensen hun uitkering verspeelden stonden in de buurtwinkels en in de speeltuin waren jointjes net zo normaal als kauwgom. Illegale antennes op de daken en bakkies bij de vleet. Er werd gejat als de raven en overal woonden helers. Geen van die dingen trok mij, maar ik had wel een dealer: de bibliotheek. Daar kroop ik tussen de bladzijden en sloot me af voor de realiteit. Zo fijn als dat was, er stond me nog iets móóiers te wachten…

Nick Cave and the Bad Seeds (1984). Foto: Růženka Bisecker Vacca.
Nick Cave and the Bad Seeds (1984). Foto: Růženka Bisecker Vacca.

Het was 1981, ik was 11, ons tuindorp bestond 50 jaar. Mijn moeder had haar mooiste rok aangetrokken en haar lippen gestift, we hadden haast! Er stond duidelijk iets geweldigs te gebeuren op het buurtfeest, ik wist alleen niet wát. De feesttent puilde uit, het geroezemoes zoemde als een zwerm bijen om me heen en die verwachtingsvolle sfeer deed me zweven van geluk. Het licht ging uit, de spot ging aan en iedereen juichte luidkeels. Ik wurmde me vastberaden naar voren en zag daar een mollige man op een tafel staan. Hij was stomdronken, wankelde, viel van tafel, klom er weer op en begon te zingen. Het is koud zonder jou, maar toch blijf ik je trouw… ik had geen idee waar het over ging, maar die stém! Ik was betoverd. Het rommelige optreden van de prille André Hazes was raak. Ik was óm.

Het tweede concert dat ik bezocht was Nick Cave and the Bad Seeds, hij zong I Put a Spell on You en dat was te merken. Ik was daarna niet meer weg te slaan bij optredens en zag er de afgelopen 44 jaar ontelbaar veel. The Specials, Bowie, Dua Lipa, Nico, TAFKAP, Ramones, Run DMC, House of Pain, Springsteen, Borsato, Johnny Winter, U2, Chet Baker, John Hiatt, Toots & the Maytals, Stray Cats, John Cale, Marillion, Skatalites, Queen, Femke Louise, Snoop Dogg, Madness, Willie Nelson, Lil’ Kleine, Joe Jackson, 6ix9ine, Rufus Wainwright, Erykah et cetera. You name it, ik ging er heen. Geen drank, geen drugs en toch voelde ik me high zodra ik de zaal inging. Ik had al jong mijn happy place gevonden.

John Cale in Paradiso (1987). Foto: Frans Schellekens.
John Cale in Paradiso (1987). Foto: Frans Schellekens.

Omdat ik vanaf mijn 13de kind aan huis was in Paradiso, kwam ik in contact met een fotograaf die ook altijd vooraan stond. Hi, ik ben Ruz. Hi, ik ben Frans. We stonden meestal schouder aan schouder en daarom maakte Frans Schellekens de beelden die exact mijn beleving weergaven. Zijn foto’s hebben dan ook een speciale plek in mijn hart en eentje van John Cale hangt al mijn hele leven op het prikbord. Frans was natuurlijk niet de enige die daar fotografeerde. Ik leerde ook George C. Bekker kennen, die me destijds een print gaf van zijn prachtige, zweterige foto van Nick Cave.

Ik ben altijd geraakt als een popfotograaf een fractie weet vast te leggen van iets dat zich eigenlijk niet laat vangen. De dampende halfgod op het podium, de warmte van het publiek, het moment dat alles bonst en dreunt en het geluid van de boxen door je lichaam heen dendert. Het hoogst haalbare is een snapshot van een openbaring. Toch zijn er sinds het begin van de fotografie pogingen gedaan om iets van dat ongrijpbare vast te leggen.

Franz Liszt
Franz Liszt (omstreeks 1860). Fotograaf onbekend.

Het eerste spoortje popfotografie ontstond aan het eind van de 19de eeuw. Er waren wel al eerder (geposeerde) foto’s gemaakt van straatmuzikanten, maar dat is toch wat anders dan het fotograferen van blitse rocksterren. De idolen van die tijd waren de razend populaire componisten als Liszt, in een tijd dat zijn muziek nog hip was en niet ‘klassiek’ zoals nu.

De popfotografie kwam echt goed van de grond toen in de jaren 50 en 60 de popcultuur opbloeide. Muzikanten werden iconen dankzij de fotografen. Popfotografie groeide waanzinnig snel op, binnen een paar jaar was het geen schattige baby meer, maar een flinke volwassene. En daarna is de tijd eigenlijk een beetje stil blijven staan. Het genre leek forever young… maar lijkt nu toch uit te sterven. De muziekstijlen veranderden, de lichtshows werden steeds spectaculairder, interactieve videowanden, AI-gestuurde setlists, vuurwerk, noem maar op. Toch is de fotograaf in de loopgraven voor het podium op dit moment nog vaak de persoon die op de knop drukt en keuzes maakt. Maar onder ons gezegd en gezwegen, er is geen fotograaf meer nodig. Camera’s kunnen bestuurd worden door AI, zoals bij sportwedstrijden al gewoon is. AI die ook de selectie en de nabewerking doet van duizenden beelden tegelijk. En dan is er nog het publiek. Waar Frans Schellekens vroeger dé foto maakte van het concert en daarna als de wiedeweerga het Leidseplein overstak om ook in de Melkweg te werken, zo zijn er nu duizenden popfotografen tegelijk in da house. En die blijven het hele concert, want zij zijn niet gebonden aan de 3-eerste-nummers-regel.

De amateurfotograaf met zijn supersonische smartphone is erbij. Alles, alles, alles wordt gezien en in duizendvoud vastgelegd. Ga maar eens na, in de Ziggo Dome passen 17.000 mensen, stel dat iedereen 100 foto’s maakt, dan zijn dat er samen 1.7 miljoen. Waar blijft die ene iconische foto als die verdrinkt in een oceaan van beelden? Ik vind het een fascinerend fenomeen. En er is meer.

AI
Avatar van Ariana Grande treedt op in Fortnite (2021). Screenshot.

Ik heb het over de virtuele concerten die alweer gewoontjes beginnen te worden. Ariana Grande op tournee in het spel Fortnite. Justin Bieber die optreedt in een digitale, fan-controlled omgeving, waar de kijker ook regisseur is en zelf de camerastandpunt bepaalt en het licht en misschien zelfs de muziek! We hebben het over unieke, op maat gemaakte concerten, optredens voor jou en door jou. Vluchtig en eeuwig tegelijk. Het is een wonder. Mijn hoofd slaat op hol als ik aan de mogelijkheden denk en aan de gemiste kansen.

Frank Zappa was altijd in voor innovatie. Hij liet zich bij leven nog inscannen voor een eventueel toekomstig hologram. Ik vond het idee verleidelijk en ben wat jaren geleden naar de postmortale show van Zappa geweest… het zag er niet uit. Doodzonde.

Avatar van Agneta (2022). Officiële persfoto van de ABBA Voyage. AI
Avatar van Agneta (2022). Officiële persfoto van de ABBA Voyage.

Zappa was zijn tijd helaas te ver vooruit. Een paar jaar later was het wél raak, toen zag ik ABBA in Londen. Ik was voorbereid op een teleurstelling, maar het was een van de allerbeste concerten dat ik ooit zag. Er mochten geen foto’s gemaakt worden van de niet van echt te onderscheiden ‘abbatars’ en dat droeg bij aan het gevoel dat je iets magisch had meegemaakt. Het succes van ABBA baande de weg voor anderen. Elvis is inmiddels ook uit zijn graf getrokken om in London tot in lengte van dagen geld te verdienen voor zijn nabestaanden. En toch is deze techniek eigenlijk alweer ouderwets.

Want wie heeft er avatars nodig van echte artiesten, als er ook AI-artiesten bestaan? Synthetische figuren die AI gegenereerde muziek maken. Ze bestaan al lang en breed en hebben miljoenen volgers. Hatsune Miku, nu alweer 18 jaar beroemd, is zo’n rondreizend hologram. Ze trekt levend publiek dat wild van adoratie is. Door die live interactie heeft het toch wel iets weg van een popconcert zoals we dat gewend zijn. Een soort hybride popidool met een stekker.

Het publiek heeft steeds meer te kiezen. Levende artiesten, avatars van levende artiesten, avatars van dode artiesten, AI-artiesten. Concerten vinden plaats op echte locaties, maar ook online en in de metaverse, voor een publiek van echte mensen of van avatars. Kunt u het nog een beetje bijbenen?

AI
Hatsune Miku op het podium (2018). Screenshot

Langzaam maar zeker voegt AI een nieuwe laag toe aan het genre van de popfotografie. Het genereert beelden van concerten die er nooit zijn geweest, van artiesten die niet bestaan, in stadions die nooit gebouwd zijn. De menselijke factor, de glitch, de rauwheid, de mislukking, het verdwijnt en verandert stapje voor stapje.

De popfotografie is niet dood, maar ze is zienderogen aan het desintegreren in miljoenen nullen en enen. Wat betekent het voor de popfotografie als de muzikant niet echt is en de foto evenmin? Wat betekent een herinnering als het moment nooit heeft plaatsgevonden?

Růženka Bisecker Vacca (1970, Amsterdam) is conceptueel kunstenaar, opgeleid op de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut.

Dit artikel is eerder verschenen in Focus 3 – 2025
Nieuwsgierig naar meer AI-artikelen? lees dan ook: AI – Onbouwbare gebouwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam