
In 2008 bracht Panasonic een type camera uit die de wereld nog niet eerder gezien had. Redacteuren braken zich het hoofd over een goede naam voor dit type camera. De Panasonic G1: een DSLR zonder spiegel, was het revolutionair of een leuk probeersel van Panasonic? Het antwoord weten we nu.
Niet Sony of Olympus, maar Panasonic introduceerde de eerste systeemcamera, een camera waarbij de spiegel en de optische zoeker werden vervangen door een elektronische zoeker, die het signaal direct van de sensor afgeleverd krijgt. Een naam voor het nieuwe type camera was er nog niet en daarom werd meestal de wat nietszeggende naam “Mirrorless” gebruikt. Ook de afkorting MILC (Mirrorless Interchangeable Lens Camera) kom je tegen. De DSLR (Digital Single Lens Reflex) was de standaard, een spiegelreflexcamera zoals in de analoge tijd, maar nu met een sensor in plaats van filmrolletje. Live-view bestond al wel vele jaren, maar beperkte zich tot een previewbeeld op het lcd van een DSLR met de spiegel opgeklapt of dat van een compact camera. Een camera met verwisselbare objectieven, een uitklapbaar lcd én een elektronische zoeker bestond nog niet. De Panasonic Lumix DMC-G1 werd dan ook met enige scepsis ontvangen. De elektronische zoeker kon volgens velen niet tippen aan een optische zoeker. Vergelijk je het videobeeld in de zoeker van de G1 met het heldere en scherpe beeld op het matglas van een goede full-frame DSLR, dan klopt dat wel een beetje, maar vergelijk je het met het zoekerbeeld van de voornamelijk APS-C digitale spiegelreflexcamera’s van dat moment, dan is het niet helemaal terecht. Daarnaast heeft het elektronische zoekerbeeld de inmiddels welbekende voordelen, zoals directe weergave van de ingesteld witbalans, kleurprofiel en belichting.


Micro Four Thirds
De G1 was direct ook de eerste telg in een nieuw camerasysteem met zijn eigen type objectieven, het Micro Four Thirds, MFT of M4/3 systeem genoemd. Immers, door het verdwijnen van het spiegelhuis, het matglas en de optische zoeker, kon de body veel dunner worden, waardoor de objectieven veel dichter op de sensor kwamen te zitten. Vergelijkbaar met de meetzoeker camera’s uit de analoge tijd. Hierdoor waren compactere objectieven mogelijk dan bij het APS-C of Four Thirds systeem, dat voor DSLR-camera’s werd gebruikt. Het sensorformaat bleef dus gewoon 4/3 inch (22,5mm diagonaal) met een sensorafmeting van ongeveer 18 x 13,5mm in de verhouding 4:3. De M van Micro staat voor de kortere afstand tussen de achterkant van het objectief en de sensor. De cropfactor bleef dus ook gewoon 2x ten opzichte van full-frame. Het systeem werd door Panasonic samen met Olympus ontwikkeld en de G1 was de eerste camera waarin het werd toegepast.

Film Mode
Bij Panasonic bestaan de G en de GHserie al vanaf het begin naast elkaar. De GH1 kwam echter pas een jaar na de G1 uit. De G-serie is duidelijk op de fotograaf gericht, maar kreeg in de loop der tijd ook steeds geavanceerdere videofuncties. De GH-serie is duidelijk op de videograaf gericht, maar doet qua fotografie-mogelijkheden niet onder voor de Gtjes. Een drukknopje Film Mode op de G1 verbaasde me dan ook niets, al zag ik nergens een rode opnameknop. Uiteraard had ik moeten beseffen dat je in 2008 bij film eerder aan een analoge filmrol zou denken dan aan video. Wanneer je op de Film Mode knop van de G1 drukt krijg je op het lcd of in de zoeker een uitgebreid menu met wat ik nu kleurprofielen zou noemen, te zien. Elk kleurprofiel heeft ook nog vier parameters, contrast, scherpte, kleurverzadiging en ruisreductie, die aangepast kunnen worden. Voor monochrome (grijswaarden, zwartwit) zijn er zelfs drie profielen beschikbaar: standaard, dynamisch en zacht. Het leek me leuk om eens een tijdje met de G1 op stap te gaan en alleen in het profiel Dynamisch B&W te fotograferen. Om het zwartwitbeeld nog wat extra karakter te geven stelde ik het contrast op +1 en de ruisreductie op -2 in, om zo een beetje het effect van de populaire analoge Kodak Tri-X film na te bootsen. Uiteraard nemen de rawbestanden deze instellingen niet over, maar door bij kwaliteit voor raw + jpeg te kiezen kon ik aan de jpeg-afbeeldingen zien hoe ik het tijdens de opname voor me had gezien.

Compact
De G1, en eigenlijk geldt dat ook voor alle opvolgers tot en met de huidige G9II, is een heerlijk compact en lichtgewicht cameraatje om altijd bij je te hebben. Zeker als je je beperkt tot één lensje met een vast brandpunt. Ik wisselde af tussen de G 14mm F2.5 Asph en de G 20mm F1.7 Asph. Door alleen in zwart-wit te fotograferen beperkte ik mezelf nog meer, maar dat maakt je alleen maar creatiever. Als snel kwam ik op het thema “niemandsland”, op dat moment verlaten plaatsen, die ik tijdens een wandeling of fietstocht tegen kwam, zoals een leeg sportveld of speelveldje. Plaatsen waar ik normaal gesproken zonder te kijken aan voorbij zou gaan en die in kleur misschien ook minder interessant zouden zijn, maar die door de zwart-witinstelling opeens leuke structuren of een lijnenspel prijsgaven. Door de AF te gebruiken kon ik meestal gewoon met één hand fotograferen, zodat ik de andere hand kon gebruiken om de hond aan de lijn te houden of mijn fietsstuur vast tehouden. Met het instelwieltje voor op de camera, kun je, door het in te drukken, snel wisselen tussen het aanpassen van de sluitertijd of het diafragma, ook daarvoor heb je geen extra hand nodig. Het zoekerbeeld wordt in zwart-wit extra contrastrijk en scherp, waardoor het goed mogelijk was om op volle opening met een beperkte scherptediepte te werken.

Plakkerig
Niet de 12 megapixel, de beperkte gevoeligheid tot maximaal 3200 ISO of de lage DxO-score van slechts 53 vormde ook maar enige beperking om lekker met de G1 te fotograferen, alleen de plakkerig geworden behuizing vond ik een afknapper. Daardoor blijft er ook veel stof aan de camera kleven. Misschien zijn er wel oplossingen voor om het week geworden kunststof-rubber op de body te verwijderen of minder plakkerig te maken, maar ik heb het maar voor lief genomen. Ook is de body in een rode en een blauwe uitvoering verschenen, die dit euvel misschien niet hebben. De G1 heeft eigenlijk alles wat je voor hobby-fotografie nodig hebt: een helder zoekerbeeld, een voldoende groot en helder uitklapbaar lcd, beide met alle nodige info en zelfs een histogram, intuïtieve bediening en een lekker eenvoudig en duidelijk menu. Opvallend is ook hoeveel handige functies, die nu heel gewoon zijn op systeemcamera’s, al in de G1 aanwezig waren; het Quick-menu, histogram, een functieknop, manuele scherpstelhulp, een over het hele beeld verplaatsbaar AF-vlak en verschillende andere handigheidjes. De G1 voelt, behalve aan de buitenkant, helemaal niet als een camera uit een ver verleden, je kunt er ook nu nog heerlijk mee fotograferen.





