
In de voortdurende wedloop naar meer pixels, meer functies en de nieuwste snufjes, zijn we soms een beetje kwijtgeraakt waar fotografie nu eigenlijk om gaat; lekker spelen met licht, kleur of grijswaarden, perspectief, scherptediepte en kadrering. Dat ging ook al uitstekend met de allereerste digitale camera’s die je nu voor een prikkie kunt kopen.
Niet alleen die oude digitale camera’s kun je tegenwoordig voor een prikkie kopen, ook de objectieven uit diezelfde tijd gaan voor weinig over de toon- bank. Verwacht geen fluisterstille, bliksem- snelle AF, geen uitgebreid menu met allerlei zelf in te stellen functies voor de vele knoppen op de camera, geen groot en helder lcd en nog een gewoon ‘ouderwets’ opklappende spiegel. Maar de beeldkwaliteit was al ver- rassend goed en alle basis-instellingen die je als creatieve fotograaf nodig hebt zijn aan- wezig. Tenslotte gaat het bij fotograferen toch gewoon om de belichtingsdriehoek, bestaande uit diafragma, sluitertijd en ISO. En ook die oude, langzame en gehorige AF kon al heel nauwkeurig scherpstellen op de meeste onderwerpen.
Geen partij voor mijn smartphone
Of toch wel? Met zijn 6 megapixel lijkt de Nikon D50 hopeloos achterhaald en al jaren overruled door de smartphone. Maar als je dat denkt, dan kijk je te eenzijdig naar foto- grafie. Niet de resolutie van de sensor of de geavanceerde computer erachter die het signaal verwerkt zorgt voor interessant beeld, maar de gekozen fotografische middelen. Het spelen met belichting, beweging, per- spectief en scherptediepte zorgt voor inte- ressante foto’s. Dat gaat uitstekend met zo’n oude digitale camera en omdat die zo goed- koop is hou je budget over voor een aantal leuke objectieven erbij en juist die objectieven geven je de fotografische uitdrukkings- mogelijkheden die je met je smartphone niet hebt. Een groot dynamisch bereik (HDR), een tele-perspectief, onscherpte in de voor- en achtergrond, het zijn allemaal beeld- aspecten die bij een smartphone op kunst- matige wijze moeten worden verkregen en waar je dan verder weinig invloed op hebt. Met een oude DSLR (Digital Single-lens Reflex Camera) met een paar verschillende objectieven kun je die dingen helemaal naar je hand zetten en je uitleven in creativiteit. En dat geeft heel veel plezier, merkte ik tijdens een korte vakantie in de Ardennen.

Tasje oude zooi
Wat heb jij nu voor oude zooi bij je, vroeg een vriend waar ik een aantal dagen mee zou gaan wandelen in de Ardennen lachend. Zelf had hij zijn moderne Canon Systeem- camera met een mooi heel lichtsterk groot- hoekobjectief meegenomen. Ik had naast de Nikon D50 nog drie oude Nikkor objectieven uit de analoge tijd meegenomen: een AF Nikkor 28-70mm F3.5-4.5 standaardzoom, een AF Nikkor 70-210mm F4-5.6 tele-schuif-zoom en een AF Micro Nikkor 60mm F2.8 macro. Daarnaast een kleine Nikon SB-400 opzet- flitser, de DR-6 hoekzoeker, een oplader, een heel stel oude accu’s en mijn leesbrilletje, want het kleine 2 inch lcd en nog kleinere display op de camera bleken toch wel een uitdaging. Gelukkig was ik er thuis al achter gekomen dat de D50 alleen met sd-kaartjes van maximaal 2gb kan werken. Daar kunnen dan nog steeds wel zo’n 350 opnamen op als je de camera op NEF + basic JPG instelt. Van de accu’s die ik had meegenomen bleken er 2 nog maar goed voor slechts enkele opnamen, maar de andere 2 waren zelfs nog goed genoeg voor een hele dag fotograferen, de Nikon D50 gebruikt maar weinig stroom. Ik zocht voor ik vertrok ook nog even naar de laatste firm- ware voor de Nikon D50, maar kon die tot mijn verbazing niet vinden. Op een forum las ik dat de Nikon D50 nooit een firmware-update heeft gekregen; de camera was gewoon helemaal af vanaf de introductie, dat waren nog eens tijden…

compacte fototas, maar het gewicht is wel behoorlijk met nog enkele accu’s erbij.
AI schiet te hulp
Moderne beeldbewerkingsprogramma’s kunnen het beste halen uit een raw-bestand. De eerste digitale camera’s, vaak nog met een ccd-sensor, hadden behoorlijk wat last van ruis bij de hogere ISO’s en een, voor de huidige maatstaven, heel lage resolutie. Met nieuwe door AI gestuurde beeldbe- werking blijken deze beperkingen opeens een stuk minder erg. Adobe Photoshop bijvoorbeeld vergroot het 6 mp bestand van de D50 met een verrassend goed resultaat naar 24 mp en de duidelijk zicht- bare ruis op ISO 800 en 1600 (de maximale gevoeligheid van de D50) verdwijnt volledig met AI-gestuurde ruisonderdrukking, zonder dat dit ten koste van de detaillering gaat zoals bij normale ruisonderdrukking. Een combinatie van die twee bewerkingen is helaas niet mogelijk, maar dat lukt wel met andere programma’s zoals die van Topaz en DxO. Voorwaarde is wel dat je hiervoor raw-bestanden gebruikt. Wie nog ergens in zijn archief raw-bestanden heeft bewaard van een oude digitale camera, zal zien dat je er met de nieuwste raw- converters veel meer uit haalt dan toendertijd mogelijk was. Een goede reden om altijd in raw te fotograferen, ook al zijn die bestanden wat zwaarder.

Bam!
De mooie zwart met gele Nikon schouder- band glijdt van mijn schouder af wanneer mijn voet van een gladde steen af glipt en de D50 slaat met een harde klap tegen de rotsige bodem. De opklapflitser schiet open en ik vrees het ergste. Als ik door de zoeker kijk om te controleren of alles nog werkt mis ik een deel van de zoekerinformatie. Helaas dat was het dan, denk ik, totdat ik er achter kom, dat de programma-draaiknop links op de body van de M-stand, die ik meestal gebruik, op de sport-programma-stand
in gegaan. Iets dat me daarna nog enkele keren overkomt aangezien de knop geen vergrendeling heeft en daardoor te gemakkelijk verdraaid, soms zelfs gewoon door de schouderband. Terug in de M-stand blijkt alles nog goed te werken en de D50 heeft zelfs geen zichtbare schade aan de val over- gehouden. Nikons reputatie van oerdegelijke camera’s blijkt zelfs voor dit instapmodel van destijds op te gaan.
Vintage
Analoge fotografie is de afgelopen tijd heel populair geworden onder vooral jongeren. De magie daarvan is echter vooral in de doka te vinden. Vaker worden de filmpjes in het lab ontwikkeld en gelijk gedigitaliseerd. De eerste digitale spiegelreflexcamera’s hebben ook nog iets van die uitgestelde bevrediging. Het kleine donkere lcd geeft je wel een indruk van de gemaakte opname, maar pas na een grondige bewerking in de raw-converter ontstaat er een beeld waar je iets mee kunt. Niet heel veel anders dus dan dat gedigitaliseerde filmrolletje. Je kijkt ook, net als bij een analoge camera, door een optische zoeker, waar je één van de weinige AF-punten kunt selecteren om scherp te stellen. Live-view was toen nog niet mogelijk. Met de camera in de manual modus bepaal je helemaal zelf hoe je de belichtingsdriehoek invult en moet je net als bij analoge fotografie goed na- denken wat de beste instellingen zijn voor de situatie die je wilt fotografen. Oude DSLR’s zijn nu vaak even duur of zelfs goedkoper dan hun analoge tegenhangers. De Nikon D50 vind je, inclusief standaard zoom, op Marktplaats voor onder de tweehonderd Euro. De grootste uitdaging zijn de accu’s, maar die zijn vaak nog wel te vinden bij accessoire-fabrikanten of ze kunnen worden gereviseerd. De eerste DSLR’s met hun kleine display en optische zoeker gebruiken bovendien heel weinig stroom. Daarnaast kun je je accu sparen door de camera uit te laten totdat je zeker weet dat je een opname wilt gaan maken. Het zoekerbeeld is, in tegenstelling tot de huidige systeemcamera’s, immers ook met de camera uit beschikbaar. Je kunt dus eerst even kijken of je een leuke compositie kunt maken en welk brandpunt je het best kunt gebruiken, voor je de camera aanzet om de belichting in te stellen en af te drukken.

De rest is geschiedenis
De D50 werd in april 2005 door Nikon geïntroduceerd als budgetmodel naast de D70s. Beide zijn APS-C modellen met een ccd sensor van 6 mp. De D50 heeft wat minder functies dan de D70s, maar de beeldkwaliteit is zeker niet minder en eigenlijk heeft de camera alles wat je als serieuze fotograaf nodig hebt. Wie wat meer te besteden had kon iets later in dat jaar de D200 met 10 mp en een groter lcd kopen en voor de professional waren net ervoor de D2X en D2Hs beschikbaar gekomen. Als alternatief kon je bij Canon de EOS 350D met 8 mp krijgen of bij Konica Minolta de Maxxum 5D met 6 mp. In hetzelfde jaar kwam Pentax met de *ist eveneens met 6 mp. Later in dat jaar introduceerde Olympus de E-500 met een Four Thirds-sensor met 8 mp. De D50 was dus zeker geen koploper of het neusje van de zalm, maar als je de NEF-bestanden door een moderne raw-converter haalt is er helemaal niet zoveel te klagen over de kwaliteit. Meer dan voldoende voor social media, waar het overgrote deel van de foto’s eindigt, of zelfs voor een nette A4 print. Maar misschien nog wel de grootste verdienste van deze camera is de mogelijk- heid om er een heel arsenaal aan prachtige Nikon-objectieven op te kunnen gebruiken, ook die van ver voor de digitale revolutie. Dat geeft je pas echt mogelijkheden om creatief te fotograferen.
De nieuwste Focus #2 ligt in de winkel bij jou in de buurt of is beschikbaar online op focusmagazine.nl.
Kijk op de website van DuPho voor meer informatie over Martien de Man en zijn werk.
Meer testen van camera’s en objectieven vindt je op onze review website focus-review.com








Mooi stukje Martien.
Zelf ben ik D50 fan en heb dan ook 4 bodies (1eentje zilver) en de hele range lenzen , zelfs een tweedehands van een Oscar winnaar ‘stopmotion’ die ik wel koester. De gezichten als ik een shoot maak zijn goud waard hoor.. ‘kijk die ouwe daar met zijn cameras’, genieten hoor. Nikon is gewoon top door die grote keuze uit lenzen.
De volgende is de D90.
P.s Leuke job heb je en succes met je kariere.
Mvg Pascal.