
Door meerdere foto’s samen te voegen, kun je beelden met een veel hogere resolutie krijgen dan die je camera eigenlijk heeft. Hoe nauwkeuriger je werkt, hoe hoger de kwaliteit. Een panoramakop op je statief helpt daarbij veel. Hoe werkt het en voor welke onderwerpen is het geschikt?
De Gigapan is een bekend voorbeeld van een beeld dat eigenlijk uit tientallen of zelfs honderden opnames bestaat. Het is een ultrahoge resolutie-foto, voor het gemak even afgekort met hr-foto. De NASA gebruikte het bijvoorbeeld om super gedetailleerde foto’s van Mars de maken. Een robot schiet dan meerdere rijen foto’s met een gewone camera en speciale software maakt er weer één beeld van. Zo ingewikkeld hoeft het echter niet; ook één, twee of drie rijen foto’s met een eenvoudige camera leveren al een beeld op met een enorme resolutie, goed voor een poster op A2, A1 of zelfs A0 formaat. Het mooie is ook dat de software, die nodig is om al die beelden aan elkaar te plakken, in veel beeldbewerkingsprogramma’s nu standaard aanwezig is of als plug-in kan worden gedownload. Met behulp van AI gaat het die programma’s ook nog eens steeds beter af. Er zijn echter wel wat dingen die helpen om het maximale uit je opnamen te halen. We behandelen ze in dit artikel.

Tele wordt groothoek
Veel fotografen die de stitching-techniek gebruiken om hr-foto’s te maken, gebruiken daarvoor een panoramakop. Het is een handmatig alternatief voor de gigapanrobot. Een panoramakop wordt meestal gebruikt om een rij staande (verticale) opnamen te maken die daarna aan elkaar gestitched worden tot een panorama. Een panorama heeft een langwerpige vorm met een beeldverhouding van bijvoorbeeld 2:1 of 3:1 en kan in principe zijn opgebouwd uit slechts één rij foto’s. Een gigapan kan dezelfde verhoudingen hebben als een gewone opname, zoals 3:2 of 4:3, maar is altijd opgebouwd uit meerdere rijen foto’s boven elkaar. Alhoewel een panorama-opname of gigapan soms een groothoekig beeld geeft, wordt dit beeld niet samengesteld uit groothoek-opnamen. De reden is dat opnamen met een kort brandpunt altijd een perspectivische vertekening laten zien. Dat kan het stitchen lastiger maken. Voor panorama’s en gigapans wordt gebruik gemaakt van een brandpunt met een standaard hoek, zoals 50mm voor kleinbeeld of liever zelfs nog een lichte tele zoals 70mm of 85mm. Maar ook nog langere brandpunten zijn mogelijk. Hoe meer opnamen je maakt, hoe ‘groothoekiger’ de afbeelding lijkt. Maak je die opnamen ook nog met een wat langer brandpunt op volle opening, een 135mm F2.0 is hier bijvoorbeeld een populair objectief voor, dan is de scherptediepte in de samengestelde opname extreem klein in vergelijking tot de beeldhoek. Je krijgt dan een opname die met een extreem lichtsterk (groothoek)objectief op volle opening lijkt te zijn gemaakt, of het lijkt alsof er met een veel groter opnameformaat is gewerkt. Zo’n beeld wordt ook wel bokeh-panorama genoemd, omdat meestal het grootste gedeelte van het beeld een mooie onscherpte (bokeh) vertoont. Die onscherpte kan zowel in de voorgrond als de achtergrond zijn. Op deze manier kun je met een kleinbeeldcamera de kwaliteit van bovengenoemde dure middenformaat-camera’s met 100 megapixels evenaren of het zelfs laten lijken alsof je een analoge 4×5 inch camera hebt gebruikt. Over de camerainstellingen voor panoramafotografie schreven we in Focus nr. 8 van 2024
Panoramakop
Dan de panoramakop zelf, welke functie heeft deze in het geheel? Voor dit soort fotografie heeft een panoramakop twee belangrijke functies. Allereerst kun je de camera hiermee zo op het statief positioneren dat het geheel om het nodal-punt of no-parallax-punt draait. Parallax in dit geval is het ten opzichte van elkaar verschuiven van objecten in de voor- en achtergrond van het beeld. Dit treedt op wanneer je een camera gewoon op een statief monteert en dan al draaiend enkele opnamen maakt. De kans is dan groot dat door dat verschuiven van beeldelementen ten opzichte van elkaar de opnamen niet goed aan elkaar gestitched kunnen worden of dat er dubbelbeelden ontstaan. Draait de camera om het Nodal-punt, dan treedt dit te vermijden effect niet op.


Over de theorie achter het Nodal-punt kan een apart artikel geschreven worden. Het is geen zichtbaar punt en wordt ook niet op de lens aangegeven. Het kan bij extreme brandpunten zelfs voor het objectief of achter de camera kan liggen. Het is echter met behulp van een panoramakop vrij eenvoudig te vinden. Dit zal ik hieronder uitleggen met behulp van de panoramakop Nodal Ninja. De tweede handige functie is dat je de camera eenvoudig iets naar beneden of boven kunt richten voor een extra rij of meerdere rijen foto’s, terwijl deze nauwkeurig toch rond het nodalpunt blijft draaien. De panoramakop heeft twee draaipunten die meestal voorzien zijn van klik-stops en een graden-schaal. Vaak kun je ook nog kiezen voor een wat geavanceerder onderste draaipunt, waarmee je ook harde stops kunt instellen. Zo kun je vooraf de uiterste standen van de draai bepalen en hoef je daar niet meer op te letten als je aan het fotograferen bent. De panoramakop zet je het liefst op een balhoofd of een ander soort statiefkop, zodat je deze kunt gebruiken om de panoramakop eenvoudig waterpas te zetten, anders moet je dat met de statiefpoten zelf doen, hetgeen een stuk lastiger is.

ook heel handig net als een camera-cage om de accessoires aan te bevestigen.

voor panorama’s en gewone liggende opnamen.
Nodal Ninja
De Nodal Ninja van Fanotec is zo’n panoramakop. Op www.nodalninja.com kun je handleidingen, instructiefilmpjes en artikelen vinden over het gebruikt van deze panoramakop, ook van de oudere modellen. Er zijn twee belangrijke instellingen die je vooraf moet doen. Meestal kun je die al thuis doen, als je weet welk objectief je gaat gebruiken. Gebruik je meerdere objectieven of een zoom dan kun je voor de betreffende brandpunten de instellingen opschrijven, daarvoor is de Nodal Ninja ruimschoots voorzien van afstandsschalen en graden-aanduidingen. Je kunt ook de meegeleverde marker-blokjes gebruiken die je op de armen monteert. Allereerst wil je dat de camera exact om het midden van de sensor en het objectief draait. Dat kun je heel gemakkelijk doen door de bovenste dwarse arm helemaal omhoog te draaien, zodat de camera naar beneden is gericht en dan de staander te schuiven, totdat het sterretje op de knop, die de liggende arm met de rotor verbindt, precies midden in het beeld staat. Nu zet je de arm weer op 0 graden, dus dwars op de staander. Door de houder voor de camera naar voren of achteren te schuiven kun je het Nodal-punt van het objectief dat op de camera zit bepalen. Dit doe je als volgt: 1. Zet de panoramakop waterpas en schuif de camera zo dat het draaipunt van de panoramakop ongeveer onder het midden van het objectief zit. 2. Zoek twee objecten die op enige afstand achter elkaar staan, of zet eventueel zelf twee objecten achter elkaar. 3. Positioneer je camera voor de objecten op een manier dat je ze in je zoeker of op het lcd net iets naast elkaar ziet. 4. Nu draai je de camera zo dat de twee objecten helemaal links of rechts in beeld staan. Kijk goed wat nu de afstand tussen de twee objecten is. Draai de camera nu zo dat de objecten helemaal aan de andere kant van het beeld komen te staan. Is de afstand toe- of afgenomen dan is dat het gevolg van parallax. 5. Door de camera iets naar voren of achteren te schuiven wordt de parallax minder. 6. Herhaal dit tot de afstand tussen de twee objecten exact gelijk blijft, waar in beeld ze zich ook bevinden. Dit is het Nodal-punt voor het betreffende objectief of de brandpuntsafstand van een zoom.

De Brenizer methode
Het maken van een bokeh-panorama met een lichtsterk langer brandpunt, zoals hierboven benoemd, wordt ook wel de Brenizer methode genoemd. Wat Ryan Brenizer ook handig doet, is om zijn onderwerp eerst te fotograferen en pas daarna de hele omgeving in rijen foto’s vast te leggen. Op deze manier zorg je ervoor dat je onderwerp, of dat nu een bruidspaar is of een model of gewoon en eenzame boom in een landschap of een paard in een wei, in ieder geval goed op de foto staat. Het liefst zelfs helemaal in één beeld, al is dat niet altijd mogelijk. Met alle opnamen links en rechts van je onderwerp en de eventuele rijen erboven en onder weet de software van je beeldbewerkingsprogramma wel raad, daarvan is toch een flink gedeelte onscherp. Als je onderwerp zich echter in meerdere opnamen bevindt en het zich tijdens het maken van die opnamen heeft bewogen, dan wordt het ook voor intelligente software heel lastig om er één beeld van te maken. Deze methode kun je ook op gewone panorama’s en hr-foto’s met meer scherptediepte toepassen. Het is dan wel belangrijk om nauwkeurig te werken, met voldoende overlap en het liefst een panoramakop om parallax te voorkomen. Er zijn op deze manier veel meer onderwerpen geschikt voor de stitchingtechniek dan je zou verwachten.
Dit artikel is eerder verschenen in Focus 5 – 2025
Nieuwsgierig naar meer praktijk artikelen? lees dan ook: Filters; optische beïnvloeding van je opnames is nog steeds zinvol
Testen van de nieuwste camera’s en objectieven en andere artikelen over techniek kun je lezen op onze review-website Focus-Review.com







