Een decennium lang zwierf Bart Koetsier ’s nachts door verschillende grote steden van Europa en legde daar het nachtleven vast in al zijn facetten. In het boek Noctambule vind je het allemaal terug: de roes, het plezier, maar ook de kater en de eenzaamheid.
Bart Koetsier (1975) is portret- en documentair fotograaf. Naast opdrachten voor diverse kranten en tijdschriften werkt hij aan eigen projecten. Sinds eind september 2023 woont hij samen met zijn vrouw Marie en hun 5-jarig zoontje in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Daarvoor woonde het stel 9 jaar in Parijs. Rwanda bevalt hem goed.

“Het is een betrekkelijk welvarend en goed draaiend land, hoewel we regelmatig een dag zonder water of elektriciteit zitten. Er is wel een soort verdekte dictatuur, maar daar merk je in het dagelijks leven weinig van. We zijn hier voornamelijk komen wonen vanwege het werk van Marie, zij is hoofd gezondheidsprojecten Oost-Afrika bij een Franse ngo, maar ik zie wel mogelijkheden voor fotoprojecten. Marie was onlangs in het aangrenzende Burundi, waar ze werkt aan een project met vissers. Er zijn in Rwanda en omliggende landen veel grote meren, waar veel wordt gevist. Deze vissers zijn mensen met slechte toegang tot gezondheidszorg. Het is een groep die hard werkt, weinig verdient, en het werk is seizoensgebonden. Dus soms, wanneer er geen geld te verdienen is, vervallen sommigen mensen tot prostitutie. In uitzichtloze situaties vervallen veelal jongeren tot drugsgebruik. Deze kwetsbare mensen gaan me aan het hart en ik hoop hier graag een project van te maken. Dat zou toevallig ook weer ’s nachts zijn, want die vissers werken vooral tijdens de nachturen.”


De nacht is geen onbekende voor de fotograaf. Tien jaar lang dompelde hij zich onder in het stadse nachtleven, zo heel anders dan het leven overdag. Bart legde het prachtig vast, misschien ook omdat hij geen toeschouwer was, maar er echt deel van uitmaakte. De veelal onscherpe, soms wat groezelige, sfeerbeelden, straatscenes en portretten nemen ons mee in een geheel eigen wereld, die weer verdwijnt wanneer het licht wordt.
“Het ’s nachts fotograferen was voor mij echt een obsessie en stopte pas op het moment dat ik vader werd. Ik heb letterlijk door gefotografeerd tot aan de nacht van zijn geboorte. Toen was het ook klaar, dat was best een harde breuk. En toch merk ik, als ik hier in Kigali rondloop in het donker, dat die betovering voor de nacht nog niet weg is uit mijn hoofd. Ik kan overdag echt genieten hoor, als het zonnetje schijnt, maar voor mij heeft het iets magisch als het donker is en er allemaal kleine lichtjes zijn. Dat is toch een soort verstokte ouderwetse romantiek. Daarnaast is de nacht voor mij denk ik ook heel lang een vlucht geweest.”

Na de middelbare school ging Bart studeren, iets dat in het begin best goed ging, maar waar hij uiteindelijk erg ongelukkig van werd. Er volgde een periode van reizen, afgewisseld met ‘s nachts werken in hotels als nachtportier of barman, en veel uitgaan. “Ik heb drie broers die succesvol aan het studeren waren. Ik voelde veel druk om ook mijn weg te vinden en snapte niet zo goed waarom mij dat niet lukte. Ik voelde me daardoor een soort outcast en vereenzelvigde mij met de mensen die de nacht bewoonden; dat waren als het ware mijn gelijken. Je kunt het donker als een soort filter zien die over de maatschappij valt, dan gaat het niet meer over cv’s en over succes. Het is als het ware een laatste vluchtmogelijkheid in een wereld zonder poeha, en daar voelde ik me erg toe aangetrokken. Op een gegeven moment kreeg ik van een van mijn broers een camera en fotograferen bleek ik erg leuk te vinden. Het werd zelfs een extra reden om ’s nachts op pad te gaan. Ik ben best wel een monomaan persoon. Als ik iets graag doe, dan wil ik het ook iedere dag doen. Zo was het ook met het fotograferen van het nachtleven.”



Bart ging studeren aan de Fotoacademie in Amsterdam en liep stage bij Het Parool, wat uitgroeide tot een jarenlange samenwerking. Van daaruit vloeiden opdrachten voort voor De Bezige Bij en andere uitgeverijen. Tegelijkertijd bleef het Amsterdamse nachtleven hem altijd lokken tot een uur of vier, vijf in de ochtend. “Als ik aan het eind van de nacht thuiskwam, deed ik mijn telefoon uit en zette ik de wekker om elf uur. Als ik wakker werd, was er vaak een voicemail van Het Parool en dan ging ik weer aan het werk. Ik was eigenlijk altijd op pad, waanzinnig eigenlijk. Op een gegeven moment ging het ook wel vervelen. Er is ’s nachts veel te fotograferen, maar Amsterdam is toch betrekkelijk klein. Het is veelal langs de grachten dwalen en uitkomen bij de Wallen en dan is het eigenlijk altijd hetzelfde verhaal: toeristen en prostituees. Het voelde een beetje als een goudvis in een kommetje die de hele tijd hetzelfde rondje draait.”

En toen kwam hij Marie tegen, een Française die een paar jaar in Amsterdam woonde, maar graag terug wilde naar Frankrijk. Bart zei meteen: “Ik ga met je mee.” Drie maanden later woonden ze samen in Parijs. “Parijs was een openbaring, vooral ook qua fotografie. Op de Wallen na is Amsterdam best wel netjes en aangeharkt. Parijs is echt totaal anders, er is zoveel contrast. Veel migranten, veel armoede, mensen die op straat leven. En mensen die over het randje zijn gegaan. Daar heb ik me altijd erg toe aangetrokken gevoeld. Dat komt ook door mijn oudste broer. Hij studeerde chemische technologie, toen hij op 26-jarige leeftijd schizofreen werd. Ik was toen 19, 20 jaar, en raakte totaal verlamd door het idee dat mij dat ook zou overkomen. Ik wilde echt wegvluchten, en dat kon ik in de nacht. Ik keerde me totaal af van het dagelijks leven. Het is gek om daarop terug te kijken, want ik leef nu zo’n ander leven, waarin mijn gezin centraal staat. Daarom was het voor mij zo belangrijk om dit boek te maken, om dingen in perspectief te kunnen zien en om deze periode af te sluiten.”


Noctambule verscheen afgelopen november, met niet alleen foto’s uit Amsterdam en Parijs, maar ook van het nachtleven in Brussel, Marseille, Athene, Palermo en Warschau. Een maand later riep de Volkskrant het uit tot één van de 10 mooiste boeken van 2023. “Dat raakte me ontzettend. Ik heb het boek samen gemaakt met Erik Vroons en we zijn er echt zes maanden mee bezig geweest. Het was zo’n gigantisch archief van duizenden foto’s. Volgens mij was Erik in eerste instantie niet zo onder de indruk van mijn werk. Het was mijn selectie, met mijn twintig favoriete foto’s, maar voor een ander is dat misschien geen coherente keuze die het verhaal duidelijk maakt. Toen ik Erik vertelde dat ik een boek wilde maken, drong hij erop aan om alles te zien. Ik heb toen een hele brede selectie gemaakt van zo’n vijftienhonderd foto’s en daar is hij mee gaan puzzelen. Ik was altijd sceptisch over het idee dat iemand anders een betere selectie zou kunnen maken dan ikzelf. Niet dat ik geen vertrouwen heb in anderen, maar ik dacht, het is mijn werk, daar zou ik zelf de beste in moeten zijn.

In die tien jaar heb ik als fotograaf verschillende periodes meegemaakt. Dan ging ik een tijd lang helemaal op in het werk van Anders Petersen, dan werd ik weer opgezogen door Michael Ackerman. In sommige periodes maakte ik allemaal bewogen foto’s. De ene keer werkte ik op middenformaat en dan weer op kleinbeeld. Zwart-wit en dan weer in kleur. Er is denk ik ook meer verstilling in mijn fotografie gekomen. Ik ben zo blij met Eriks selectie en met de rode draad die hij heeft gevonden. Het heeft veel tijd gekost om daar een geheel van te maken. En dat heeft Erik echt goed gedaan, dat hoor ik ook veel van anderen.”

Eerder maakte Bart samen met schrijver Margot Dijkgraaf het boek Met Parijse pen. Hierin worden tien Nederlandse en Franse schrijvers en hun personages in Parijs belicht, waarbij Bart de literaire routes met zijn camera volgde. “Omdat Margot een redelijk bekende naam is in de literatuur werd dat boek gefinancierd door de uitgever. Literaire boeken kunnen betrekkelijk goedkoop gedrukt worden, waardoor een uitgeverij een marge heeft om geld te verdienen. Maar bij fotografieboeken, tenzij je misschien Stefan Vanfleteren heet, zijn de verkoopcijfers heel marginaal. Het boek is gedrukt in een oplage van 800 en ik heb niet de illusie dat het zal uitverkopen. Paul van Mameren van uitgeverij Lecturis wilde het graag uitgeven, produceren en distribueren, maar de financiering, in ruil voor 20% van de gehele oplage, kwam voor mijn rekening. Om dit te kunnen financieren heb ik een crowdfunding opgezet, een enorm project waar maanden werk in is gaan zitten. Het is ongelooflijk hoeveel mensen hieraan hebben bijgedragen, echt fantastisch.”
Noctambule
Bart Koetsier
edit/ontwerp/essay: Erik Vroons
Lecturis, € 45,-

Lees ook: Pinstamagie met Martijn van Oers


