Home Nieuws Urbex fotograaf Wijnand Burggraaf

Urbex fotograaf Wijnand Burggraaf

0
Wijnand Burggraaf
© Wijnand Burggraaf

Nooit alleen op stap, oude kleding, goed schoeisel, een statief, een zaklamp en ook een flesje water. Dat zijn wat basisvoorbereidingen bij urbexfotografie. Voor FUJIFILM-ambassadeur Wijnand Burggraaf is dit na vijftien jaar gesneden koek.

Mooie urbexfoto!”, kreeg Wijnand te horen nadat hij een vakantiefoto van een oude treinwagon op Facebook had gezet. “Huh, waar heeft hij het over?”, dacht hij en ging online op zoek. “Ik ontdekte een hele nieuwe wereld en ben onderzoek gaan doen, werd lid van forums, en zo ging het balletje rollen. Toen ik vijftien jaar geleden begon met zelf vragen te stellen in forums, werd je er algauw weer af gegooid, want vragen naar locaties is not done. Op locaties ontmoet je anderen die kennissen of vrienden worden. Je bouwt een netwerk op en deelt locaties met elkaar, iets wat je niet met onbekenden doet. Je geeft wel tips over hoe je naar locaties kunt zoeken. Maar als een onbekende reageert met hé, gave foto’s Wijnand, dan weet ik al de tweede vraag, mag ik vragen waar? Daar ben ik immuun voor geworden.” Nederland is voor urbex eigenlijk te netjes geregeld – elk leeg pand, klooster of kerk krijgt wel een nieuwe bestemming – in onze buurlanden is dat minder. “Ik kom veel in Frankrijk, daar zijn het vaak erfrechtkwesties waardoor veel huizen of panden leeg staan, vaak nog inclusief de inboedel. Soms staat er een kasteel voor meer dan een miljoen euro te koop, om uiteindelijk na vijftien of twintig jaar verkocht te worden voor €100.000. Als eenmaal de ramen openstaan en het weer trekt erin en het dak gaat rotten, dan heb je vaak binnen twee, drie jaar een bouwval. Er zijn veel urbexlocaties aan het verdwijnen, in de buurt van Luik is onlangs ook veel afgebroken. Maar er ontstaan ook weer nieuwe. Urbex zal altijd blijven bestaan, daar ben ik niet bang voor.”

© Wijnand Burggraaf

ALARM

Favoriet zijn kastelen en ook oude, rauwe industrie. Zoals de industrie van Arcelor-Mittal, de grote staalproducent waarvan in onze buurlanden nog veel is te vinden. “Die roestige machines met controllers en panelen, klokjes en metertjes, vind ik prachtig. West-Duitsland heeft nog veel oude mijngebouwen en ik ga ook steeds meer naar Italië. Sommige panden zijn goed beveiligd, maar andere niet. Je wordt wel eens weggestuurd door een boze buurman;dan vertrekken we weer. Vooral bij industrielocaties waarvan je weet dat ze beveiligd zijn en dat er camera’s hangen, maar je hebt gehoord dat het toch wel te doen is, daar moet je echt naar binnen. Dat is een kick hoor, hoe dichter je bij een locatie aankomt hoe meer die adrenaline door je lichaam gaat. De beveiliging loopt altijd buiten op het terrein; zij mogen ook die oude fabrieken niet in vanwege instortingsgevaar. Dus als je eenmaal binnen bent, kun je vaak prima je gang gaan. Het lukt helaas niet altijd. Ik heb twee keer voor een kasteel gestaan waar ik graag wilde fotograferen. Een keer ging het alarm loeihard af en de andere keer was alles dicht geseald. Ik vind altijd leuk om nieuwe dingen te doen, binnenkort ga ik naar een oude schoenenfabriek. En ik zou graag nog eens van die oude bankkluizen met deuren van een meter dik willen fotograferen, maar die zie je bijna niet meer.”

© Wijnand Burggraaf

ENSCENEREN

Op de locaties laat Wijnand alles in zijn waarde. Soms haalt hij wel een kauwgompapiertje of een sigarettenpeuk weg. “Als de compositie nog niet klopt en ik zie dat de deur op een kiertje staat dan zet ik die wel eens verder open. Of een openstaand kastdeurtje, omdat er een inbreker of een fotograaf in heeft lopen rommelen, wil ik nog weleens dicht doen. Maar ik ga geen tafels verplaatsen of bedden opmaken. In een leeg pand zie je wel eens dat er een ruimte helemaal volstaat met spullen, dan hebben ze bijvoorbeeld al het meubilair in één kamer gezet. Het komt ook wel eens voor dat je bij een vriend mooie foto’s ziet en vraagt waar dat is en dan blijkt het een locatie te zijn waar je zelf vier jaar geleden al bent geweest en die toen een grote puinzooi was. Dan hebben mensen daar van alles geënsceneerd. Die locaties worden ook wel eens gebruikt als filmset en dan wordt alles net een beetje mooier gemaakt. En misschien was het oorspronkelijk wel zo, hè? Dat weet je niet, maar als ik tegenwoordig een woning binnenkom en ik zie een gedekte tafel met vier bordjes staan, dan ben ik weg. Vroeger vond ik het prachtig, maar je wordt steeds kritischer. Ik was laatst met een vriend naar twee oude zwembaden gegaan in België en de ene zat onder die graffiti. Ik heb maar één foto gemaakt.”

VERHAAL

Bij urbexfotografie kun je gemakkelijk drie keer naar dezelfde locatie gaan en terugkomen met drie verschillende reportages. Het weer speelt een rol en of je ochtend of avondlicht hebt. “Het licht kan soms zo mooi binnen strijken door de gordijnen en het stof. We gingen eens naar Terres Rouges, een industriegebied in het zuiden van Luxemburg. Ik was in een fabriek die al vanaf 1979 niet meer in gebruik was, inmiddels is die ook afgebroken. Je had daar van die grote trechters waar de kolen ingingen en beneden stonden karretjes klaar op een rails om ze te vervoeren. De rails stond helemaal onder water. Het was ’s ochtends vroeg en opeens brak de lucht open en schenen de lichtstralen zo de fabriek in. Het duurde maar dertig seconden denk ik, maar het was zo gigantisch mooi; dat zijn wel echt de pareltjes. Ik maak altijd een serie beelden met een stukje tekst erbij om het verhaal van zo’n plek te vertellen. Dat heb ik geleerd van een collega fotograaf die al jaren voor National Geographic werkt maar in eerste instantie twee of drie keer werd afgewezen, want zijn foto’s waren fantastisch, maar wat was het verhaal, dat had hij niet. Als ik een paar foto’s laat zien, denk je misschien leuk, maar als jij erbij zet, hier is ooit een lichaam gevonden, dan krijgen de foto’s een heel andere betekenis. Soms lukt het om de geschiedenis van een locatie te achterhalen. Dat kan via buren die je buiten tegenkomt en via Google is ook veel te vinden.”

Wijnand Burggraaf
© Wijnand Burggraaf

TECHNIEK

Zijn beelden maakt Wijnand met de FUJIFILM GFX100 II. “Dit is echt een krachtige camera met een robuuste body die wat meer tegen een stootje kan, voor mij wel belangrijk. Als het regent of het is min 10 of plus 35 graden, moet je camera daar wel tegen kunnen. Ik heb gekozen voor FUJIFILM vanwege het betaalbare middenformaat. Hiervoor fotografeerde ik met een full frame spiegelreflex waarbij je tot maximaal 30 sec kon gaan. Met FUJIFILM kun je je sluiter openzetten tot een uur. Dat heb ik niet altijd nodig, maar vaak zit je in donkere ruimtes wel op 2, 3 minuten. Natuurlijk kan dit met andere merken ook, maar dan moet je met de Bulbfunctie gaan werken. Ik werk vaak met bracketing, waarbij ik een reeks foto’s maak van hetzelfde onderwerp met verschillende belichtingstijden. Ik start bijvoorbeeld met 1/10 sec, dan is de volgende 1/5, 1/2, één, twee, vaak een serie van 5, 7 tot 9 foto’s afhankelijk van hoe hard het licht is. Maar het gebeurt ook weleens dat ik met 1/2 seconde begin en dan eindig je op twee minuten om alles te kunnen vangen. Daarnaast heb ik nog een FUJIFILM X-H2S maar die zit nu meer in de fototas van mijn vriendin. Negentig procent van de tijd gebruik ik de FUJINON GF20-35MM F4 R WR. Daarnaast heb ik de FUJINON GF55MM F1.7 R WR voor de meer detailfoto’s; een brilletje, boeken, of een stuk gereedschap, waarbij je het onderwerp echt uitlicht. Ik gebruik ook nog een groothoek tilt-shiftlens van een ander merk, FUJIFILM heeft wel een tilt-shiftlens maar helaas met een minder grote hoek.”

Wijnand Burggraaf
© Wijnand Burggraaf

AMBASSADEURSCHAP

Wijnand is inmiddels ook ambassadeur van FUJIFILM. “Ik heb het altijd een mooi merk gevonden. De kleuren kloppen altijd. Bij urbex maakt het minder uit, want het is allemaal grauwgrijs, en donker, vaak haal je juist kleur weg, maar het is wel waar FUJIFILM bekend om staat. Door de filmsimulaties op de camera kun je een stand kiezen die je aanspreekt en hoef je er daarna weinig meer aan te bewerken. Ik gebruik het zelf niet, maar voor veel mensen is dat een reden om voor FUJIFILM te kiezen. Een ‘nadeel’ is dat de bestanden enorm groot zijn, een raw-bestand is 200 MB. Doordat ik met bracketing werk, heb ik al snel 1.2 Gigabyte aan data, ik heb dan ook altijd 5 of 6 accu’s bij me. Ik ben toch wel vaak 20, 25 minuten met één foto bezig. De bewerking bepaal ik altijd per foto en per onderwerp. Een kasteel heeft een andere bewerking nodig dan een rauwe industrielocatie. Ik maak het iets kleuriger, voeg wat extra structuur toe, soms benadruk je het licht dat door de ramen valt om een wat spookachtige sfeer te creëren.” Hij heeft bewust gekozen voor een wat hoger statief, dat naar twee meter plus kan. plafondhoogtes kunnen tot wel vier meter oplopen. Met dit statief komt het perspectief beter uit, waardoor het minder gecorrigeerd hoeft te worden in de nabewerking. “Ik doe alles met Photoshop. Veel fotografen werken ook met Capture One, maar dat doe ik niet. Ik luister altijd graag naar andere fotografen, maar ga wel mijn eigen weg. Dat is ook het leuke van het ambassadeurschap, iedereen heeft zijn eigen passie, de een maakt fine art, de ander doet concert of fashion en weer een andere maakt reportages. Zij geven ook workshops en cursussen, wat bij urbexfotografie lastiger is, locaties zijn minimaal twee uur rijden weg en er kan toch altijd iets gebeuren. Ik vind het leuk om als ambassadeur tijdens FUJIFILM Touch & Try dagen met een cameratas met alle camera’s en objectieven het merk te promoten.”

@burbexphotography

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam