
Bob Luijks (1980) is fulltime professioneel natuurfotograaf en sinds 2018 ambassadeur van Fujifilm. Bob was lange tijd werkzaam als landschapsarchitect maar hij raakte gaandeweg, zoals hij het zelf omschrijft, “besmet met het fotografievirus” en besloot in 2015 om zich volledig op deze passie te storten.
Als landschapsarchitect maakte hij grote gebiedsvisies, waarin natuur en landschap een rol spelen, maar ook ontwerpen voor bijvoorbeeld vakantieparken en schoolterreinen. Een creatief beroep, maar uiteraard heel anders dan wat hij nu doet. “Het heeft me wel geholpen bij het lezen van het landschap, om de waarde van bepaalde gebieden te kunnen waarderen en ook om bepaalde patronen te zien”, vertelt Bob. “Mij vallen dingen op – lijnen, vlakken, perspectieven – waar de meeste mensen waarschijnlijk aan voorbij lopen.”
Bob had altijd al interesse in de natuur en mettertijd ging hij dat steeds professioneler vastleggen. “Ik heb in het begin nog wel rondgelopen met zo’n simpel klik-klak cameraatje maar rond 2006 heb ik een complete uitrusting aangeschaft – van 24mm tot 400mm objectieven. Meteen een hele set om zo van alle markten thuis te kunnen zijn en niets te hoeven missen in de natuur.”

“Het fotograferen van dieren is complex, maar het vastleggen van landschappen is nog een stukje ingewikkelder, omdat daar alle facetten samenkomen – zoals licht en compositie. De crux was om de technische kant van het vak te leren beheersen en dat leerproces heb ik altijd heel leuk gevonden,” zegt Bob Luijks.
De natuur laat zich niet regisseren, maar dat vindt hij nu juist de mooie kant van het vak. “Dat is waarin ik me kan onderscheiden, maar er hoort ook een grote dosis teleurstelling bij. Het kan om allerlei redenen mislukken, zoals door het weer. Het is vooral een kwestie van plannen. Dus op het moment dat de zon schijnt richt ik me op een wat opener landschap en als het grijs en grauw is ga ik lekker het bos in, of kies ik voor een macro-objectief.”
Heel veel foto’s ontstaan eigenlijk al in zijn hoofd tijdens een wandeling. Vaak schijnt de zon te fel of is het winter en veel te kaal. Maar Bob herinnert zich bepaalde plekken, zodat hij er naar terug kan gaan als alle omstandigheden perfect zijn. “Dat is dus een kwestie van planning, om daar naar terug te gaan wanneer de zon in de juiste hoek staat of dat er net een beetje mist is. Het weerbericht is mijn gids en zo kan ik het plaatje, zoals ik het in mijn hoofd had bedacht, op een later moment alsnog vastleggen.” We hebben de laatste anderhalf jaar uitzonderlijk veel grijze dagen gehad, met veel regen en echt heel weinig sfeervolle momenten, en dat is echt wel frustrerend voor natuurfotografen zoals Bob. “Maar zodra betere lichtomstandigheden zich aankondigen, bereid ik me voor om op pad te gaan. Tenzij ik voor een bepaald doel of opdracht op stap ben waarvoor specifieke lenzen nodig zijn neem ik eigenlijk standaard gewoon zo veel mogelijk apparatuur mee als ik kan dragen: FUJIFILM GFX 100S met FUJINON GF20-35mmF4 R WR, FUJINON GF32-64mmF4 R LM WR en FUJINON GF100-200mm F5.6 R LM OID WR.”

Bob werkt sinds 2017 met FUJIFILM en dan vooral om de beeldkwaliteit, het dynamische bereik en het gebruiksgemak ervan (“het enige merk middenformaat waarmee je goed uit de hand kunt fotograferen”, aldus Bob). Daarmee maakt hij vooral zijn landschappen, details en abstracte werk. “Daarnaast gaat er altijd een crop-camera mee: de FUJIFILM X-H2S (of de X-T5) en die gebruik ik dan in combinatie met de FUJINON XF150-600mmF5.6-8 R LM OIS WR voor de vogels of details in het landschap die heel ver weg zijn. Eigenlijk vullen die twee systemen elkaar op die manier heel mooi aan. Als dat allemaal meegaat, ben ik dan wel minimaal 15 kilo aan het meesjouwen.”
Deze tak van de fotografie is vaak ook een kwestie van karakter. “Ik kan me er echt wel toe zetten om heel vaak terug te gaan. In extreme gevallen kan het voorkomen dat ik wel twintig keer op rij een poging waag om die ene ultieme foto te maken. Je moet de pragmatische school en kijkt wat er wel te halen valt. “Je moet wel de knop kunnen omzetten op het moment dat je bijvoorbeeld een hele mooie zonsopkomst verwacht en het dan toch tegenvalt. Dan richt ik me gewoon op iets anders. Ik ben een bewegelijke fotograaf die zelden in een hutje gaat zitten wachten en ik pak wat er te pakken valt. Als het ene niet kan, dan zijn er meestal nog wel alternatieven voor een ander soort beeld.”
Er zijn momenten in het jaar waarop iedereen dezelfde foto wil maken, zoals op De Hoge Veluwe tijdens de bronstijd van de edelherten – dan sta je soms met wel driehonderd fotografen naast elkaar. “Men gaat ook massaal naar de Amsterdamse Waterleidingduinen voor de vossen, dat zijn de tamste van Europa. Of, als er ergens een zeldzame soort wordt gespot, dan moet kennelijk ook iedereen daar massaal op af. Die echte Instagram hotspots, waar voor de fotograaf niets origineels uit valt te halen en waar de natuur letterlijk wordt vertrapt – niet alleen in Nederland, maar op heel veel plekken in de wereld – daar heb ik zelf niets mee.”

ter wereld. De dieren zijn er totaal niet bang van mensen. Zo kon ik deze slapende pinguïn in alle rust vastleggen en inzoomen tot er een abstract beeld overbleef. FUJIFILM X-H2S met XF500mm op 500mm, F16, 1/1000s, ISO 800. © Bob Luijks
De realiteit is uiteraard niet wat je allemaal voorbij ziet komen op sociale media. Natuurfotografie vraagt om geduld. “Ik kan wel een mooie boom in de mist willen hebben, maar als het gewoon drie weken niet mistig is gaat die foto er echt niet komen. Met dat soort frustratie heb je gewoon te dealen.” Wat ook meespeelt: “we leven in een deel van de wereld waar dieren enorm schuw zijn, omdat we met veel mensen zijn en er al eeuwenlang op ze gejaagd is. Ik was onlangs op Antarctica, waar de mens afwezig is, en daar komen de wilde dieren gewoon naar je toe, uit nieuwsgierigheid. Hier, in Nederland, is een menselijk silhouet voor een dier vaak al genoeg om in paniek te raken.”
Bob Luijks reist als gids of voor opdrachtgevers soms naar verre bestemmingen, maar meestal houdt hij zijn actieradius beperkt. “Ongeveer 90% van mijn foto’s maak ik in een straal van ongeveer 40 kilometer rondom mijn huis in Limburg. De hele wereld is prachtig en vaak spectaculairder dan in eigen land – met hoge bergen en eindeloze landschappen – maar wat Nederland uniek maakt is de variatie. Als je hier een half uur fietst kom je via een rivier bij het bos, en vervolgens op de heide. Er is op kleine afstand zo ontzettend veel te zien. Men is zich daar over het algemeen niet zo van bewust.”
Dat veel natuurfotografen zich uitsluitend richten op de extremen in het buitenland is eigenlijk een gemiste kans. “Daar zit ook wel mijn drijfveer, om aan de ene kant te inspireren en om de technische kant van het fotograferen in de natuur te delen met de mensen, maar anderzijds doe ik het om te promoten dat het in de eigen omgeving ook ontzettend mooi kan zijn, als je er maar voor openstaat en goed rondkijkt. Niet alleen in Limburg. Ook bij jou in de buurt, vaak al op 10 minuten afstand, is iets moois te vinden. Zelfs voor die hotspots in het buitenland geldt: als je net even een zijweggetje pakt of een watervalletje verderop gaat, dan sta je er alsnog alleen te fotograferen.
www.natuurportret.nl
https://fujifilm-x.com/nl-nl
Kijk voor meer testen van Fujifilm op onze review website focus-review.com






