De relatie met ons lichaam is complex, er is waarschijnlijk niemand die er helemaal tevreden mee is. Daarbij is het in constante beweging, ons lichaam van vandaag is niet meer dat van morgen of volgende maand. Hobie Minnebreuker wil met zijn beelden bewustwording creëren over ons kwetsbare, maar ook krachtige lichaam en de schoonheid daarvan. Hij wil uitdragen hoe waardevol een goed functionerend lichaam is. Het boek INDRUK is een prachtig kunstwerkje, waarin je steeds weer nieuwe dingen blijft ontdekken.

Na een mbo-opleiding fotografie, studeerde Hobie Minnebreuker (1997) in 2022 af aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Inmiddels geeft hij zelf les op het SintLucas in Boxtel. Het menselijk lichaam heeft hem altijd gefascineerd, iets wat na het verkeersongeluk dat hij op zijn 21ste kreeg, alleen maar is versterkt. “Mijn lichaam had best een klap gehad en hoe ga je daar dan mee om? Als je 75 bent neem je het een beetje voor lief dat je pijntjes krijgt en dat je lichaam verandert. Maar als je jong bent voel je je onsterfelijk, en dat is helemaal niet zo. Dat proces van verandering en vergankelijkheid, begint eigenlijk al meteen na je geboorte. Ik vind het fascinerend hoe wij daarmee omgaan en hoe dat lichaam voortdurend in beweging is. Als je lichaam verandert moet je daarmee leren omgaan en dat is niet altijd leuk. Maar ik denk dat er een bepaalde schoonheid in zit als je die veranderingen kunt accepteren.”

Gewone mensen
Hobie werkt altijd heel intuïtief. “Als ik met modellen werk is het altijd een gezamenlijke zoektocht. De een kan met zijn lichaam verder de grenzen opzoeken dan de ander. In het verleden heb ik wel met dansers gewerkt, maar voor dit boek heb ik bewust voor ‘gewone’ mensen gekozen om een meer divers beeld te schetsen van lichamen. Dansers hebben toch een bepaalde bouw. Maar ik sluit niet uit dat ik in de toekomst weer met dansers ga werken. Zij zijn altijd in beweging met hun lichaam en gaan tot het uiterste. Ik heb wel eens gesproken met balletdansers die op hoog niveau dansen en die mensen hebben altijd pijn. Het is ook een instelling. Je wilt op topniveau dansen en daarmee doe je je lichaam gewoon pijn. En het is natuurlijk ieders eigen keuze, maar het is denk ik wel goed om daar een soort bewustzijn over te creëren. Dat je je lichaam behoudt voor een lange tijd.”

Fotografische etsen
In het derde jaar van zijn opleiding begon Hobie met het leren maken van fotografische etsen, een techniek die een mooie aanvulling vormt op zijn beelden. “Op de academie waren er beperkte mogelijkheden om hiermee te experimenteren. Samen met de werkplaatsmeester Rozemarijn heb ik onderzoek gedaan naar de techniek en deze mij eigen gemaakt. Zo heb ik er al mijn eindexamenwerk gemaakt. Twee maanden na mijn afstuderen ben ik een artist in residence gaan doen bij AGA LAB in Amsterdam, waar meer en betere faciliteiten zijn en ik me verder kon ontwikkelen in de techniek.” Bij een fotografische ets, ook wel fotogravure of polymeerets genoemd, wordt een digitale afbeelding omgezet naar film, die vervolgens wordt belicht op een lichtgevoelige plaat. Na de belichting wordt de plaat handmatig geïnkt en kan er een afdruk gemaakt worden. Door verschillende lagen over elkaar heen te drukken, krassen op de etsplaat aan te brengen of kleur toe te voegen kan Hobie oneffenheden en fysieke veranderingen van beeld laten ontstaan. Iedere print is uniek, zoals ook elk lichaam uniek is en zijn eigen schoonheid heeft.

“Ik vind het heerlijk om de grenzen van deze techniek op te zoeken, er is veel ruimte voor variabelen en voor toevalligheden, ook voor mislukkingen die je weer op een ander pad kunnen brengen. Bij Photoshop weet je vaak wel wat de uitkomst wordt, bij dit analoge printproces kom ik in een soort workflow waar ik erg in kan opgaan. Soms maak ik een print en is dit het eindresultaat, maar het kan ook een tussenstap of een stukje onderzoek zijn. Het boek is een zoektocht geweest, een lang proces van kijken en weer opnieuw kijken. Eigenlijk is het boek ook een beetje een aanklacht tegen de hele snelle fotografie. Het is goed om af en toe even stil te staan bij wat je maakt en daar weer op te reflecteren. Op SintLucas komen studenten bij mij fotograferen in de studio en vaak hebben ze het werk een uur later al op Instagram staan. Dan denk ik: jongens, kijk er over een week nog eens naar. Bij mij thuis liggen overal prints. Daarmee ga ik steeds weer wat schuiven, van: nee, dit toch niet, of dit moet anders, het kan best lang duren voordat ik tot een definitief beeld kom.”

Abstract
INDRUK heeft een speels ritme van lichamen die vrij bewegen of zich juist in allerlei bochten wringen; los in de ruimte maar ze bevinden zich ook vaak op sokkels; licht poserend of zich eraan vastklampend. Een enkel lichaam naast kluwen lichaamsdelen, van duidelijk naar bijna abstract. Bijna altijd vallen de gezichten weg, of zijn ze grotendeels afgewend. Het ene waarbij je het gezicht wel deels kunt zien is een zelfportret. “Ik houd ervan om de abstractie op te zoeken. Sommige beelden zijn heel abstract, waarbij je net nog iets van een hand of een voet ziet, maar wel denkt: waar kijk ik eigenlijk naar? Dat je even bij een beeld blijft stilstaan en moet gaan nadenken over wat je ziet, is voor mij belangrijk. Zo van: ik zie maar één borstpartij, maar wel vier benen, hoe ziet dat? Ik raakte ook gefascineerd door beeldhouwers en de sculpturen van Michelangelo. Hij heeft een aantal beelden gemaakt waarvan het lichaam voor een deel nog niet is uitgehouwen uit het marmer. Het lichaam is nog niet af, het zit nog gedeeltelijk vast in de sokkel. Je zou dat ook figuurlijk kunnen opvatten dat iemand nog niet af is. Een beeldhouwer is ook constant aan het vormen. Ik vond ik het interessant om in mijn beelden te zoeken naar een soort sculptuur.” Het boek heeft een interressante afwisseling van zwart-wit en kleur. “Ik ben begonnen met zwart-wit. Omdat ik geïnteresseerd raakte in sculpturen, begon ik met wit te werken om een beetje die stenen structuur te krijgen. Maar ik vond kleur ook wel interessant want die maakt het soms zo surrealistisch. De beelden zijn op verschillende manieren te interpreteren, dat is het mooie.”

Boekproductie
Het was aan het eind van zijn residentie, toen Hobie al zijn vormexperimenten aan de muur had hangen, dat iemand opperde dat hij er een boek van moest maken. Een boek, hoe dan, dacht hij, maar het zaadje was geplant. “Na een jaar dacht ik: ja, ik ga het gewoon doen. Een boek is ook een groot visitekaartje. Mijn werk is heel fysiek en tijdrovend, ik kan het niet zomaar als inkjetprintjes gaan uitdelen. Ik kwam in contact met vormgever Suze Swarte en daarna moest ik het geld bij elkaar zoeken en dat was pittig. Ik heb fondsen aangeschreven, kreeg afwijzingen en schreef weer nieuwe aan. Het Jaap Hartenfonds en het Cultuurfonds hebben bijgedragen, daar ben ik heel blij mee. Daarnaast heb ik een crowdfund-actie gedaan. Suze had offertes aangevraagd en stelde uiteindelijk drukkerij robstolk in Amsterdam voor. Toen liepen we daar rond in de drukkerij om papieren en testafdrukken te bekijken en dacht ik: gaat dit echt gebeuren? ’s Ochtends was Rineke Dijkstra er met vormgeefster Irma Boom en om één uur kwam ik. Ik wil mezelf echt niet vergelijken met hen, maar dat je een boek aan het drukken bent in dezelfde drukkerij, dat er geen onderscheid wordt gemaakt, vind ik geweldig.”
“De lithografie is echt een vak apart want het is knap hoe die mensen te werk gaan en bij de drukpers meteen zien dat er nog iets aan kleur bij moet of juist eruit. Zwart was het moeilijkste en ook het omslag dat met zilver is gedrukt. We hadden geen geld om overal proefexemplaren van te maken, dus zijn we aan de pers gaan mengen. Maar ja, dan kun je niet meer terug. Vellen bekijken, iets meer wit, nee, iets meer zwart of een beetje zilver. Het zijn allemaal creatieve mensen met vakkennis en dat is heerlijk. Ik heb zo veel geleerd van dat drukproces, en ook van de vormgeving. Suze en ik hebben er samen echt iets moois van gemaakt. Ik maak alleen maar losse beelden en een foto kan prachtig zijn, maar niet in een serie passen. Soms is het verhaal nog een beetje zoekende en door dit boek te maken viel alles samen: ik kon veel meer het verhaal laten zien dat ik wilde vertellen. Mensen vragen vaak meteen naar de techniek achter mijn beelden, terwijl het ook juist gaat over wat ze vertellen of wat ze met je doen. Ik denk dat het gelukt is om spannende beeldcombinaties te maken.”


Distributie
Ook de distributie van INDRUK wordt door Hobie zelf gedaan. “Dat was ook allemaal nieuw voor mij. Ik had een uitgever aangeschreven met de vraag: alsjeblieft, hier is mijn boek, wil jij het voor mij verkopen, maar zo werkt het dus niet. Ik had eerder moeten aankloppen zodat zijn naam en ISBN-nummer in het boek hadden kunnen staan. Een groot deel heb ik met de crowdfundingactie verkocht en de rest ben ik zelf gaan verkopen. Ik heb op een boekenmarkt gestaan, en heb veel mensen aangeschreven, ingezonden bij open calls. Tot mijn verbazing lukte het best goed. Het heeft op diverse festivals gelegen waaronder Rencontres d’Arles en komende november ligt het waarschijnlijk bij Polycopies tijdens Paris Photo. En ja, je krijgt ook afwijzingen. Van sommige mensen krijg je überhaupt geen mailtje terug, maar zo werkt het, want er verschijnen ook zo veel boeken. INDRUK is nu verkrijgbaar op mooie locaties, daar ben ik heel blij mee en dat is ook een stukje erkenning.” Voelde hij zich de afgelopen maanden vaak meer een ‘PR-machine’ dan fotograaf, inmiddels is hij bezig met nieuw werk en onderzoekt hij of hij op nog groter formaat kan werken. “Ik heb een samenwerking gedaan met Dirk-Jan Kortschot, een modeontwerper die ook papieren hoeden maakt. Dat was ook weer een zoektocht naar vorm. Dat zou ik meer willen uitbouwen, want het is keileuk om te doen.
INDRUK (€ 55,-) is onder meer verkrijgbaar
bij Het Stedelijk Museum en Huis Marseille in
Amsterdam; bij de Tipi Bookshop in Brussel;
en via www.sproutpublish.com
Benieuwd naar meer portfolio’s? lees dan ook: Stacii Samidin “Mijn werk gaat over verbinding maken”




