Bij Stacii Samidin draait alles om contact, vertrouwen en respect. In zijn doorlopende levenswerk Societies geeft hij een indringend beeld van het voor velen onbekende leven van minderheden en mensen met een onconventionele levensstijl van over de hele wereld. Met zijn beelden wil hij laten zien dat we allemaal mens zijn, met meer overeenkomsten dan verschillen. In de achttien jaar dat hij bezig is heeft hij al veel publiciteit, exposities en opdrachten in binnen- en buitenland gekregen. Binnenkort verschijnt zijn eerste boek.
Op dit moment exposeert Stacii Samidin (1987, Rotterdam), samen met twee schilders, bij de NQ Gallery in Antwerpen. Hij toont daar voor het eerst zijn landschappen. “Bij de opening werd gezegd dat ik niet het normale land- schap – de mooie kant – maar juist de achtertuin laat zien. Dat vond ik mooi. Ik ben heel blij dat dit werk nu ook een podium krijgt. Iedereen is gewend dat ik mensen vastleg, maar ik houd er soms ook van om juist geen mensen te portretteren, dat is tijdens de coronaperiode veranderd.” Eind april volgt een expositie bij Galerie Weisbard, wat ook de lancering van zijn eerste fotoboek is. “Ik heb heel lang op een boek gewacht. Dit is een goed moment, omdat het zo’n achttien jaar geleden is dat ik ben begonnen met fotografie en ik me nu volwassen voel in mijn werk en het ook durf te publiceren. Fotografie is echt mijn opvoeding geweest; ik heb er zo veel mensen door leren kennen en zij hebben mij meegenomen in hun eigen wereld.” Het boek beslaat zijn gehele oeuvre. Er is natuurlijk veel aandacht voor Societies, maar landschap en werk in opdracht is
ook opgenomen. “Ik ben blij met de samen- werking met Hannibal Books, ze geven mij veel vrijheid. We zijn nu de laatste puntjes op de i aan het zetten. Het valt niet mee om vanuit 3500 foto’s een selectie van bijna 200 te maken. Ik wil graag zo breed mogelijk laten zien wat ik allemaal gedaan heb. Toen ik alles bij elkaar zag dacht ik: wow, dit is echt veel.”



Identiteit

Wat valt hem op als hij terugblikt? Toen ik rond mijn twintigste serieus begon te fotograferen, was fotografie echt een behoefte. Ik kon mij verplaatsen in gemeenschappen waarin ik voorheen eigenlijk leefde. Ik wilde toen de eerste Nederlandse gangfotograaf worden. En nu, zo’n achttien jaar later, houd ik me nog steeds bezig met de gesloten community’s en minority’s. Je ziet alleen geen wapens meer, geen criminele activiteiten meer en ook geen gezichten meer verborgen achter bandana’s. Je ziet nu echt de mens en de identiteit. Daarnaast ben ik ook verhalen gaan schrijven en gaan filmen, het is een veel breder pakket geworden. Mijn werk is ook toegankelijker geworden, denk ik. De grootste verandering is misschien wel dat ik in het begin nog echt op zoek was. Ik ging over de hele wereld reizen vanuit mijn eigen interesses en om uit te vinden wie ik was en welke fotografie het beste bij mij paste. Al snel na mijn afstuderen aan de Willem de Kooning Academy is dat veranderd, moest ik er eerst echt hard voor werken, nu nemen community’s en instellingen zelf contact met mij op. Het betreft veel werk in opdracht, wat ook fijn is. Het geeft je de mogelijkheid om in landen te komen waar je op eigen houtje moeilijk toegang toe zou krijgen. Ik ben niet op sensatie uit, maar wil echt het verhaal ontvangen.”

Kolonialisme
In 2019 maakte hij voor de tentoonstelling Merdeka! in het Rotterdamse Wereld- museum, een persoonlijke reflectie over de sporen die Nederland in Indonesië heeft achtergelaten. “Mijn werk wordt nu ook op historisch gebied serieus genomen, dat is ook een verandering. De opdracht was oorspronkelijk om de Indonesische gemeenschap in Nederland te fotograferen, maar het leek mij mooier om op zoek te gaan naar verborgen gemeenschappen en het zo te combineren met mijn vrije werk Societies. Ik heb toen alle eilanden bezocht waar de Nederlanders het eerst aankwamen en ben daarbij ook op zoek gegaan naar mijn eigen achtergrond. Ik heb er veel bijzondere dingen meegemaakt, ik ben naar dorpen geweest waar echt niemand komt. Echt van eiland naar eiland gehopt om op zoek te gaan naar het koloniale verhaal en dan vooral het verhaal van de mensen die nog leven vast te leggen. Er verdwijnen zo veel verhalen, maar ik heb gelukkig nog veel kunnen verzamelen. Ik zie dat bij mijn eigen familie ook natuurlijk. Mijn grootouders zijn overleden, ik kan hen geen vragen meer stellen. Ik heb ook het verhaal van mijn over- overgrootvader gevonden van wie wij niet van wisten waar hij precies vandaan kwam. Toen hij twaalf jaar was, was hij op een gegeven moment aan het spelen op een VOC-schip en is toen per ongeluk mee gaan varen. Drie tantes van mij hebben hem daarna onder hun hoede genomen. Dat is de reden waarom hij niet onze achternaam droeg. Afgelopen zomer heb ik hem eindelijk weten te achterhalen en heb ik mijn kinderen meegenomen naar Indonesië. Dat maakte de cirkel rond. Ik had nooit kunnen denken dat ik op deze manier op zoek zou kunnen gaan naar mijn achtergrond.”


Verbinding
“Mijn werk draait om respect, eerlijkheid, loyaliteit en eerbied voor waar je vandaan komt. Basiswaarden die ik eigenlijk al in mijn jeugd heb geleerd en die ik nu doorzet. Maar die waarden zie ik in elke community terugkomen en dat verbindt ons. Mijn werk gaat over verbinding maken. Bij het maken van een portret leer ik iemand tijdens de belichting van minimaal dertig seconden echt kennen en daarmee ga ik voorbij aan het vermeende stereotype beeld dat mensen hebben. Door de snelle ontwikkeling van het internet is er meer openheid gekomen. Jongeren weten beter wat er speelt in de wereld, waardoor er dialoog kan ontstaan. Ik denk dat de generatie van nu nog sterker in zijn schoenen zal gaan staan qua stand- punten, visie en dingen die zij graag willen teruggeven aan de wereld. Sinds vier jaar krijg ik veel stageverzoeken van jonge foto- grafen die net beginnen of al bezig zijn. Tyler Chan uit New York was eerst mijn stagiair en is nu mijn assistent geworden. Hij is voor mij echt bijzonder. Juanita Mendicuti Ortega uit Mexico en Elvin Eldho uit India hebben ook bij mij gewerkt. Het zijn drie heel verschillende mensen, maar ze zijn allemaal bezig met hun culturele achtergrond. Ik ben trots dat ik hen mag begeleiden.”

Werkwijze
Fotograferen doet Stacii op middenformaat, zowel analoog als digitaal, en hij werkt zowel in kleur als zwart-wit. “In mijn boek zit bijna alleen maar kleur, dat is wel gek om te zien, want het liefst werk ik in zwart-wit. Het is klassieker en je hebt meer een hoofdfocus op het onderwerp. Maar soms is kleur echt nodig. Het kiezen voor het een of het ander gaat echt op gevoel. Net als de keuze tussen fotografie of film. Dat doe ik ook veel. Eerst regisseerde ik voornamelijk, maar nu doe ik alles zelf. Ik documenteer op een filmische manier. Ik vind het ook tof om met drones te werken want dat geeft een heel ander perspectief. De documentaires zijn al op filmfestivals getoond en binnen- kort ga ik ze online zetten.” Sinds 2019 heeft hij een privégalerie en studio in Rotterdam. Dit geeft hem de mogelijkheid om op ieder moment zijn werk te kunnen laten zien. Hier houdt hij ook talks en masterclasses en kan hij samenwerken met jonge artiesten die hij ook tentoonstelt. Dit voorjaar zal de galerie opengaan voor publiek. Ook gaat hij aan de slag voor het Noord- Hollands Archief waarvoor hij Noord- Holland zal documenteren rond het thema ‘Natuur en recreatie onder druk’. En natuurlijk gaat hij verder met zijn Societies. Momenteel werkt hij aan community’s in Amerika, Indonesië, Albanië en Kaapverdië. “Je hebt een algemeen verhaal over de gesloten community’s, maar je hebt ook individuen die een eigen reis maken naar een betere toekomst of verhalen over voor- ouders willen vertellen. Dit is zowel film als fotografie, een deel komt ook in het boek.

Vrijheid
Als het aan Stacii ligt komt er snel een tweede boek, alleen over Societies, met een bijbehorende solotentoonstelling in een museum. “Mijn grootste doel is dat Societies erkend wordt in de wereld. “Waar ik voorheen soms een maand of zelfs een half
jaar kon weggaan, is dat nu maximaal een week, want ik heb inmiddels drie kinderen. Fotografie heeft mijn leven gered. Toen ik twintig jaar geleden op mijn zolderkamer zat en nog niet met fotografie bezig was, had ik nooit op een positieve toekomst durven hopen. Veel mensen hebben in mij geloofd en mij geholpen en dat gebeurt nog steeds. Ik had heel lang de droom om Magnum-fotograaf te worden, omdat je dan echt serieus genomen wordt, maar dat word ik nu ook. Het bevalt mij goed om alles in eigen beheer te houden, vrijheid
is belangrijk.”

Wil je meer weten over over Stacii Samidin? Klik dan hier om een kijkje te nemen op zijn website!
Heb jij de nieuwste Focus al gelezen? Klik hier om het Focus #1 2025 voor maar liefst 9,50,- aan te schaffen! Het nieuwe nummer bevat een artikel over icoon Saul Leiter, een interview met straatfotograaf Stacii Samidin, talloze techniek artikelen en nog veel meer!









