
Tussen 10 mei en 16 augustus is er in Elliot Gallerij een tentoonstelling te zien over de fotografie van Norman Parkinson (1913-1990). “‘Streets in, Studios out!’ onderzoekt de baanbrekende carrière van de Britse fotograaf Norman Parkinson (1913–1990), wiens vernieuwende aanpak een revolutie teweegbracht in de mode- en editorialfotografie en de manier waarop we stijl waarnemen en waarderen voorgoed veranderde. Verspreid over zeven decennia was Parkinsons werk cruciaal in de overgang van stijve, geposeerde studio-opnames naar dynamische en verhalende modebeelden. Zijn visionaire blik blijft tot op de dag van vandaag invloed uitoefenen op de esthetiek van hedendaagse editorials en bevestigt zijn nalatenschap als een van de meest invloedrijke figuren in de modefotografie van de twintigste eeuw.

Deze tentoonstelling laat de ontwikkeling zien van Norman Parkinson als modefotograaf en geeft een overzicht van zijn carrière. Streets in, Studios out! toont Parkinsons veranderende manier van werken, van het verlaten van de studio tot het gebruiken van verhalende elementen en het toepassen van kleur en compositie. De tentoonstelling bevat portretten van bekende modellen en beroemdheden uit die tijd, waaronder Apollonia van Ravenstein, Jerry Hall, Audrey Hepburn, the Beatles, the Rolling Stones en Jane Birkin, evenals een aantal niet eerder vertoonde foto’s

Norman Parkinson begon zijn carrière als leerling bij hoffotografen en opende later zijn eigen studio in Londen. Zijn doorbraak kwam in 1935 toen Joyce Reynolds, redacteur bij Harper’s Bazaar, hem zijn eerste modereportage toevertrouwde. Deze opdracht leidde tot een langdurige samenwerking met het tijdschrift en vormde het begin van zijn loopbaan als modefotograaf. In de beginjaren werkte hij voor Harper’s Bazaar en The Bystander. In deze periode koos hij ervoor om afstand te nemen van de traditionele, formele studiofotografie. Geïnspireerd door onder anderen Martin Munkácsi, een fotojournalist die zich op mode was gaan richten, werkte Parkinson liever buiten, waarbij hij beweging en natuurlijk licht gebruikte en zijn modellen in actie vastlegde.
Een jaar na zijn vertrek bij Harper’s Bazaar trad Norman Parkinson in 1941 in dienst bij British Vogue, waar hij scènes vastlegde die artdirector John Parsons omschreef als “de landelijke elegantie van Engeland”. Eind jaren veertig verhuisde hij naar New York om te werken voor American Vogue, aangetrokken door de kleurrijke vormgeving en de studio’s van het blad. In zijn autobiografie Lifework schreef hij hoe hij de pagina’s van American Vogue en Harper’s bekeek, waarop regelmatig grote, kleurrijke foto’s verschenen. In een tijd waarin de modefotografie zich ontwikkelde van statische studiobeelden naar een dynamischer, journalistiek geïnspireerde stijl, speelde Parkinson een rol in deze verandering. Zijn toenemende gebruik van kleurenfotografie – die hij zelf omschreef als “bijna magie” – sloot aan bij de opkomst van de jeugdcultuur in de jaren zestig. Met een filmische benadering combineerde hij locatiefotografie met elementen van spontaniteit.

In de jaren zestig werd Parkinson Associate Editor en Contributing Photographer bij het opnieuw gelanceerde tijdschrift Queen, na zijn vertrek bij Vogue in 1959. Queen richtte zich op de opkomende jongerencultuur en speelde een rol in het culturele klimaat van de Swinging Sixties. Parkinson werkte daar aan covers en editorials met bekende artiesten als de Beatles en de Rolling Stones, en fotografeerde modellen als Celia Hammond in het begin van hun carrière.
In het midden van de jaren zestig keerde hij terug naar Vogue en bleef hij in de jaren zeventig actief in de modefotografie. Hij fotografeerde modellen op locaties als de Seychellen, Jamaica en Barbados, waarbij hij uitsluitend gebruikmaakte van kleurenfotografie. Enkele bekende reizen waren onder meer zijn reportages in de Sovjet-Unie en Jamaica met Jerry Hall, en zijn werk met Apollonia van Ravenstein op de Seychellen en Barbados voor British Vogue. Gedurende zijn carrière maakte Parkinson portretten van verschillende mode-iconen van de twintigste eeuw, waarbij hij hun persoonlijkheid centraal stelde.

Tijdens zijn loopbaan ontwikkelde Parkinson steeds opnieuw zijn stijl en werkwijze. Zijn werk varieert van actiegerichte zwart-witbeelden uit de jaren dertig tot kleurrijke locatieopnames in de decennia daarna. Hij werkte onder meer voor Vogue, Harper’s Bazaar, Queen en Town & Country en droeg bij aan veranderingen binnen de editorialfotografie, waarbij mode werd geplaatst binnen een bredere culturele context. Zijn gebruik van compositie, kleur en locatie heeft invloed gehad op de visuele stijl van modetijdschriften in latere generaties.
Klik hier voor meer informatie over de tentoonstelling over Norman Parkinson.
Focus #2 ligt nu in de winkel of is beschikbaar online op Focusmagazine.nl. Met artikelen over Lee Miller, de ondergedoken camera, Remko de Waal en nog veel meer!






