Home Techniek Educatie Een perfecte belichting #2: Flitslicht

Een perfecte belichting #2: Flitslicht

0
Flitslicht
Een studioportret met gericht, dus contrastrijk flitslicht (negatiefscan). De aard van het licht bepaal je met reflectoren.

Soms volstaat het aanwezige licht niet; het is te zwak om er goed bij te kunnen fotograferen of filmen. Er moet dan licht worden toegevoegd. Dat werd èn wordt met lampen en flitsers gedaan.

Duurlicht, ook wel continulicht genoemd, in de vorm van allerlei typen lampen en leds is visueel goed te controleren en te beheersen. Zulk licht kan gericht worden gebruikt in spots. We zien dat in het theater en op video- en filmsets. De helderheid, kleur (als dag- of kunstlicht) en aard worden gemeten en getest. Willen we scherp afgebakende schaduwen op de modellen en op de onder of achtergrond voorkomen, dan moet het lichtoppervlak en dus de lichtbron vergroot worden. Dat gebeurt door middel van paraplu’s, softboxen en grote half-transparante schermen. Duurlicht is fotografisch gezien relatief weinig krachtig, al lijkt dat niet het geval als je recht in een spot kijkt! Het zeer kort durende flitslicht heeft daarentegen een veel hogere lichtopbrengst.

Flitslicht
Een winterse close-up, handmatig belicht, maar opgehelderd met Auto ddl-flits. De systeemflitser stond links van de camera en reageerde draadloos op de trigger (commander) op de camera.

Flitsers
De historie slaan we over. Grofweg delen we flitsers in twee groepen in: er zijn studioflitsers en reportageflitsers. Eerstgenoemde flitsers staan op zichzelf, ze zijn groot en krachtig, te zien aan een grote flitsbuis. Ze werken samen met een flitsgenerator die daar los van staat, of waar de flitskop mee verbonden is (bij een ‘monolight’). Voor een indruk kun je op het internet eens kijken bij de merknamen Broncolor, Elinchrom, Profoto en Godox. Sommige typen werken uitsluitend met netstroom, anderen worden met een accu van stroom voorzien. Bij al die merken zijn lichtvormers, accessoires, statieven en meer te koop. In spiegelreflexcamera’s, systeemcamera’s en compactcamera’s is vaak een opklapbare, ‘pop-up’-flitser aangebracht. Deze is heel klein, dus niet krachtig, maar kan eventueel als hulplicht in donkere omstandigheden dienst doen. Krachtiger, en met veel meer mogelijkheden toegerust is de losse reportageflitser. Daar bestaan ook allerlei reflectoren en andere accessoires voor. Kijk eens bij de merken Nissin, Godox, Hähnel en Yongnuo en de onafhankelijke merken.

Speedlight
Reportageflitser, speedlight of opsteekflitser; het zijn allemaal namen voor hetzelfde type flitser. De veelzijdige uitvoering heeft een draai- en kantelbare flitskop. Een zoomfunctie van de flitsbuis daarin zorgt ervoor, dat de uitlichting overeenkomt met de ingestelde brandpuntsafstand, bijvoorbeeld van een 28mm groothoek of een 105mm tele. Met behulp van een groothoekdiffusor kan het licht nóg breder worden verstrooid, tot wel 12mm. Om het sterk gerichte licht te spreiden wordt soms een omnibounce meegeleverd. De topflitsers hebben allerlei functies, zoals ‘synchronisatie op het tweede gordijn’, waarbij het flitslicht aan het eind van een (langere) belichtingstijd wordt afgevuurd of ‘stroboscoop’. Maar vooral de mogelijkheid om zulke flitsers in een heel systeem te laten functioneren met zender- (master) en ontvanger-opties (remote) is interessant. De krachtiger typen hebben een hoog richtgetal, bijvoorbeeld 50, de zwakkere soms maar 28. Het zenden en ontvangen van een flitspuls werkte aanvankelijk met infrarood-aansturing, maar de huidige draadloze radiografisch werkende uitvoeringen reiken veel verder en kunnen op allerlei plaatsen binnen en buiten ongehinderd functioneren.

Flitslicht
Hasselblad-objectieven, zowel de oudere analoge als de recente digitale modellen, hebben centraalsluiters. Daarmee kun je bij elke sluitertijd flitsen, hier was dat 1/500ste seconde. Met ISO 100 en diafragma F16 werden de ramen overdag veel donkerder, alsof het nacht was.

Flitssynchronisatie
De sluiter in de camera bestaat uit twee verticaal aflopende lamellengroepen. Bij een zeer snelle sluitertijd zoals een 1/1000ste seconde wordt de spleet tussen de twee groepen versmald; de tweede groep gaat eerder lopen. Dat betekent dus dat de flits wordt afgedekt door de tweede lamellengroep. De maximale sluitertijd voor flitsen met een volledig geopende sluiter is daarom in veel camera’s 1/200ste seconde. Deze sluitertijd wordt met een X aangeduid, we spreken van de X-synchro(nisatie)tijd. Alle langere sluitertijden geven de sensor volledig vrij voor het flitslicht. Maar het leidt tot beperkingen bij veel omgevingslicht, zoals in de volle zon. We zouden dan bij ISO 100 een 1/200ste seconde bijvoorbeeld diafragma F16 moeten instellen, terwijl een veel grotere F-opening gewenst zou kunnen zijn. Dat is op te lossen met een vertragend (variabel)grijsfilter voor de lens. Een andere oplossing is de zogenaamde high speed synchro flash-techniek, waarbij gedurende de sluitertijd kleine deelflitsjes worden afgegeven. Wie met Hasselblad middenformaat camera’s en objectieven fotografeert (met zowel de analoge als de digitale systemen!) weet dat die objectieven “centraalsluiters” hebben. Daarmee kun je bij iedere sluitertijd probleemloos flitsen.

Flitslicht
Woodcarver Sander Boom. Om wat meer licht in de donkere werkplaats te krijgen werd vanaf links ingeflitst. De basisbelichting liet de buitenhelderheid meedoen.

Flitsfotografie
Als we op locatie fotograferen laten we graag de omgevingshelderheid meedoen. Binnenshuis betekent dat met hoge ISO-instellingen (bijvoorbeeld ISO 1600) bij sluitertijden als 1/60 seconde en diafragma F4 fotograferen. Reportagefotografen zetten de opsteekflitser als een invullend licht in, bijvoorbeeld bij tegenlicht (de bruid staat voor een raam), of indirect, waar mogelijk. Het gaat hier immers om informatie. Bij het fotograferen van modellen wordt het hoofdlicht verzacht in een paraplu of een opvouwbare softbox. Soms wordt invullend flitslicht in de achtergrond gebruikt, met een warmkleurig filter ervoor, waardoor het beter overeenkomt met gloeilamplicht. Flits- en locatielicht combineren is een uitdaging! Het uitgangspunt is een belichting zonder flitslicht, omwille van de couleur locale. Het flitslicht wordt daar op een logische wijze aan toegevoegd, dus vanuit een richting, hoogte en sterkte die er ‘kloppend’ uitziet. Vaak valt niet eens op dat er geflitst werd. Een probleem is dan, dat de kleur van het flitslicht niet altijd geheel overeenkomt met die van het locatielicht: flitslicht heeft een daglichtkleur van 5600 Kelvin. Hiervoor zijn goede filters (gels) verkrijgbaar die op de flitskop geplaatst kunnen worden.

Flitsparaplu’s kun je in opzicht of doorzicht gebruiken, zowel met studio- als met reportageflitsers. Ze zijn gemakkelijk te transporteren, licht en heel betaalbaar.

Vier doelen
Flitslicht is gekoppeld aan het diafragma. Dat is logisch, want het licht moet door een bepaalde F-opening in het objectief om de sensor te bereiken. Het richtgetal geeft je al een idee wat het bereik is: bij ISO 100 en diafragma F8 is het bereik 5 meter bij een richtgetal van 40. In het Engels: GN, guidenumber. Voor ISO 400 is dat ongeveer twee- maal zo ver, dus 10 meter. Let wel: de zoomstand, een omnibounce of gekleurde gels beïnvloeden dat bereik! Testflitsen vooraf geven je zekerheid. De meetvorm: multimeting, spotmeting, enz. heeft invloed op de eveneens ddl-gemeten flitskracht, eerstgenoemde werkt vaak het best.

We flitsen:
– om het onderwerp helder(der) weer te geven,
– om hoge contrasten te effenen,
– om kleurzwemen teniet te doen,
– om acties tot enkele meters dichtbij te bevriezen.
Of een combinatie hiervan.

Het merk Godox biedt tal van modellen en uitvoeringen. De triggers zijn voor elk cameramerk voorhanden. Heel praktisch is de als een paraplu uitvouwbare softbox.

Je kunt hierop oefenen. Daarbij zul je merken dat je de flitspower regelmatig wat wilt temperen: de flits moet effect hebben maar niet domineren. Op de flitser en in je camera kun je de flitssterkte corrigeren naar bijvoorbeeld -1 stop. Kies voor één plaats, anders werkt het dubbelop. Het flitslicht wordt ddl/TTL gemeten door het meetsysteem in je camera. Dat gebeurt op basis van een razendsnel en zwak voorflitsje nèt voor de feitelijke opname. Vaak gaat dat goed. Wil je bepaalde, herhaalbare flitsdoseringen, oefen dan met manuele flits, op bijvoorbeeld ¼ sterkte. Je kunt daar allerlei flitsers voor gebruiken, ook merken door elkaar.

Strobist
Bij strobist-fotografie zit op de camera een trigger (zender) en onder of aan de flitser de receiver (ontvanger). De zogeheten strobist-fotografie is daar op gebaseerd: een vorm van fotografie waarin het flitslicht de hoofdrol speelt. Veel moderne flitsers hebben een ingebouwde ontvanger en zender of kunnen zelfs draadloos met de camera communiceren. Meer daarover lees en zie je in Portretfotografie (2) met flitslicht en Handboek Strobistfotografie van Focus Publishing BV.

Flitslicht
Handen van moeder en dochter. In een zwart-witfoto zijn de richting en de verhouding van flitslicht beter te zien dan in een kleurenopname.

En natuurlijk vind je hierover van alles op YouTube. Tip: bekijk eens het werk van Joe McNally, een kunstzinnige documentaire fotograaf die op meesterlijke wijze met het licht van (Nikon) systeemflitsers omgaat.

Alle foto’s: © Mich Buschman

Lees ook deel 1: Een perfecte belichting

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam