Home Techniek Educatie Basisdossier #7: Scherpstellen

Basisdossier #7: Scherpstellen

0
Scherpstellen
Op het Noorderlicht wordt handmatig scherpgesteld. Test vooraf of de instelling op het oneindig-symbool van het objectief de sterren scherp weergeeft. 14mm objectief, ISO 800, 8 sec., F3.3. © Mich Buschman

Foto’s en films vertellen een verhaal over een gebeurtenis, een locatie, een persoon of object. De film wordt vaak vergezeld van muziek en een gesproken tekst. Uiteraard ontbreken deze toevoegingen bij de massa’s gemaakte foto’s die publicatie niet halen. Voor een houvast kijken we naar de scherp afgebeelde details.

Dáár is kennelijk het onderwerp, de voor- en achtergrond vullen het wat, waar en wanneer in, soms ook wie (nog meer). Voor een optimale beeldcommunicatie is scherpte van essentieel belang; als we moeten gissen ontstaat er verwarring. Fotografische scherpte en onscherpte zijn unieke eigenschappen van fotografie en video. In tekeningen en schilderijen worden andere toepassingen ingezet zoals een vage belijning, de plaats in het beeld en licht/donker effecten.

De zogenaamde hyperfocale instelling is een afstandsinstelling waarmee een maximaal grote scherptediepte wordt bereikt. Hier zien we daarvan een voorbeeld. Op 1,5 m ingesteld reikt de scherptediepte bij F16 van 0,7 meter tot oneindig. Bij veel objectieven, met name de zoomobjectieven, is deze visuele voorinstelling echter niet aanwezig.

Uitvoeringen
In deel 1, over het diafragma, las je al iets over fotografische scherpte. Maar daar was dat gerelateerd aan het diafragma. Om een scherpe afbeelding te krijgen van een onderwerp ‘ver weg’, wordt een lenzengroep in het objectief richting sensor gedraaid. Soms kun je daar nog iets verder aan draaien, maar dan zal niets meer echt scherp worden afgebeeld. De stand ‘oneindig’ wordt bij veel handmatig scherpstellende objectieven gesymboliseerd met een liggende 8. Bij autofocuscamera’s, met automatische scherpstelvoorzieningen en-functies, zien we een afstandsbalkje onderin de zoeker en/of op de monitor met afstanden in meters (of feet), vaak tot ongeveer 10 meter. Daarna is de afstandsinformatie minder relevant.

Dichtbij met een F1.4 diafragma-opening betekent een zeer korte scherptediepte én de kans dat de scherpte niet op de punt van de breipen valt. Gebruik één scherpstelpunt en continu-AF om zulke zeer kleine afstandsverschillen continu op te vangen. © Mich Buschman

Handmatig scherpstellende objectieven hebben ter informatie en controle opgedrukte cijfers en letters op de behuizing of achter een scherpstelvenster. Kijk daar eens naar bij jouw objectieven. Op autofocusobjectieven zien we een A/M schuifje, een brede zoom- en vaak smallere scherpstelring. De handmatige scherpstelling is bij consumentenobjectieven minder van belang. Vast brandpunt objectieven krijgen een bredere scherpstelring. De duurdere objectieven hebben extra’s zoals een scherpstelbegrenzer waarmee je het gebied van de scherpstelling beperkt, bijvoorbeeld van een halve tot tien meter. Ook zien we daar functietoetsen en soms een display voor specifieke instellingen. Met AF-L knoppen kunnen de ingestelde afstanden worden opgeslagen.

Scherpstellen
Hier werd handmatig scherpgesteld op de hamerende machine in de smederij. © Mich Buschman

Scherpstelhulpmiddelen
Handmatig scherpstellen gaat trager dan scherpstellen met de huidige autofocus voorzieningen. Ter controle op de juistheid zijn er allerlei hulpmiddelen voorhanden:
– Visueel, op de monitor of in de zoeker, soms is de afbeelding te vergroten. Bij ultra-groothoekobjectieven lijkt echter alles scherp, dus dan zijn de andere controlemiddelen zinvoller en veiliger.
– Microprisma’s, vaak gecombineerd met een deelbeeldwig op het matglas van de oudere spiegelreflex camera’s. De schittering in de microprisma ’s verdwijnt bij een scherpe weergave en het gespleten beeld in de deelbeeldwig is dan doorlopend.
– Pijltjes onderin het zoekerbeeld geven aan in welke richting er moet worden scherpgesteld. Licht een groene, ronde led op, dan is de scherpstelling op dat deel okay. Ook bij de oudere dslr aanwezig.

Met de camera op een statief, een elektrische draadontspanner en handmatige scherpstelling werd het uitvliegmoment afgewacht. Flitslicht zette een deel van de snelle vleugelbewegingen stil. © Mich Buschman

– Tegenwoordig is focus-peaking een handig hulpmiddel in systeemcamera’s. Het scherp weergegeven deel krijgt een omranding van een vooraf gekozen kleur, bijvoorbeeld rood. Het is diafragma-gekoppeld: bij een volle opening van F1.8 is die rode zone ook korter dan bij F16 bijvoorbeeld. Let wel: het objectief sluit het diafragma ‘al voor een deel’ tot een kleinere opening van bijvoorbeeld F8. Bij het indrukken van de ontspantoets sluit de opening verder naar F16: dat gaat sneller dan sluiten vanaf de volle lensopening. Uiteraard is dit heel zinvol bij snelle serie-opnames. Overigens vangt de scherptediepte lichte instelonzuiverheden op, maar stel liever zuiver scherp in, bijvoorbeeld op het dichtstbijzijnde oog bij portretopnames. Macrofotografie dwingt je tot heel secuur scherpstellen, dat doe je bij voorkeur vanaf een scherpstelslede op een statief.

Links: Een lelie in een bloemstuk. Met diafragma F22 en een uitgekiende scherpstelling wordt de hele bloem scherp weergegeven. De achtergrond dringt zich echter op. Rechts: Een Focus-stack van vijf opnames met diafragma F8 geeft de bloem ook volledig scherp weer, maar nu met een veel onscherpere en daarmee fraaiere achtergrond. © Mich Buschman

Autofocus
Na allerlei varianten met diverse voor- en nadelen komt Minolta in 1986 met een compleet autofocussysteem. De Minolta Dynax 7000 heeft een autofocusmotor in de body, die een reeks Dynax objectieven mechanisch scherpstelt. Dat was een regelrechte sensatie! Niet veel later introduceert Canon een systeem dat een stille autofocusmotor in de objectieven herbergt. Het EOS-systeem met EF-objectieven slaat ook bij professionals sterk aan. Op het internet vind je van alles over deze geschiedenis. Alle huidige AF-systemen zijn uitstekend, ze werken zeer snel en – nagenoeg – onhoorbaar. Dat laatste is een dwingende eis bij video. De AF-veldstand is momenteel zeer uitgebreid: van een klein, precies in te stellen veld, via enkelpunts- en breedveld-AF in allerlei variaties. Ook is er intelligentie aan boord voor het automatisch herkennen van mensen, dieren, vliegende en rijdende objecten en meer. Je kunt prioriteit geven aan de manier waarop je de opnames wilt maken; ófwel de scherpstelling voorrang te geven met AF-S óf het ontspanmoment, met AF-C. Canon heeft een combinatie van deze twee opties met AI-Focus, een modus tussen One Shot en AI Servo. Bij bewegingen in het beeld kiest de autofocus AI Servo en anders One Shot. Heel handig bij acties, dieren, spelende kinderen en meer. Dankzij steeds krachtiger processoren werkt de autofocus steeds sneller. Dat is belangrijk bij snelle volgopnames in de sportfotografie. Ook de AF-snelheid zélf kan worden ingesteld over een schaal van soms elf stappen; van -5 tot +5.

Scherpstellen
Bij portretten stellen we scherp op de ogen. In recente camera’s kan dat ook automatisch met AF-presets voor automatisch scherpstellen op mensen en dieren. © Mich Buschman

Omstandigheden
Naarmate er meer mogelijkheden in de camera’s en objectieven komen, ontstaan ook problemen. Men heeft zich niet verdiept in de – soms wel erg uitgebreide – manual. Instellingen staan ‘verkeerd’, of de resultaten zijn teleurstellend door bijvoorbeeld het gebruik van objectieven van oudere generaties camera’s. “Met die adapter zou het toch perfect moeten lukken?” Slecht licht, lage contrasten en lichtzwakke objectieven bemoeilijken de snelheid van de AF-scherpstelling. Het kunnen omgaan met autofocus vergt training. Je kunt niet domweg de ontspanknop blijvend indrukken en verwachten dat alle 24 volgopnames bij motorsport spatscherp zullen zijn. Tussendoor moet het systeem her-focussen. Plotseling opduikende objecten tussen de camera en het onderwerp in kunnen hinderen. Soms echter ‘kleeft’ de AF aan het onderwerp en blijft het volgen; vooral noodzakelijk bij filmen. En er wordt weleens vergeten dat voor camera’s en objectieven regelmatig firmware-updates beschikbaar zijn. Die corrigeren op softwarefouten en voegen nieuwe functies toe. Kijk dus regelmatig op de website van jouw camera- en objectievenmerk.

Naarmate we dichterbij fotograferen of filmen wordt de scherptediepte aanzienlijk korter. Onderzoek bij welke scherpstelafstand scherp en onscherp het mooist naar voren komen. 60mm FF macro-objectief, handmatige scherpstelling. © Mich Buschman

De objectiefmerken Sigma en Tamron bieden via hun docs software-aanpassingen die de koppeling van hun objectieven met bepaalde cameramerken succesvol(ler) maken. Dan zijn er nog functies in de camera aanwezig die in de nabewerking voortgezet moeten worden, zoals focusstack(ing). Daarin wordt het mogelijk om met een vrij grote diafragma-opening tóch een grote scherptediepte in een onderwerp dichtbij te verkrijgen. Jonge mensen zijn opgegroeid met computers en software. Zij gaan daar spelenderwijs mee om en communiceren snel en gericht. Ouderen die lange tijd met analoge fotografie en meer handmatige apparatuur hebben gewerkt, hebben het met al die nieuwe functies, programma’s en dergelijke weleens moeilijk. Gelukkig bestaat er een magazine als Focus waarin de nieuwste producten, software en ontwikkelingen uit de doeken worden gedaan!

Scherpstellen
Bij een groot aantal AF-scherpstelpunten bestaat hier het risico dat op de takken voorin wordt scherpgesteld. Kies dus één AF-punt en richt dat op de kop van de sperwer. 420mm APS-C, als 630mm FF. © Mich Buschman

Lees ook in deze serie:
Deel 1: het diafragma
Deel 2: de sluitertijd
Deel 3: de ISO-waarde
Deel 4: de belichting
Deel 5: de kleurweergave
Deel 6: Objectieven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam