Home Nieuws archief Infraroodcamera voor kunsthistorisch onderzoek

Infraroodcamera voor kunsthistorisch onderzoek

0
infrarood
Apollo camera

Infrarood is populair als creatief middel om afwijkende en opvallende afbeeldingen te maken. Daarnaast wordt Infrarood fotografie ook voor technisch onderzoek gebruikt. Kunsthistoricus René Gerritsen is daarin een vooraanstaand expert en gebruikt daarvoor een speciale infraroodcamera: de Apollo. Hoe gaat hij daarmee te werk?

Naast het zichtbare licht is er ook het onzichtbare, dat toch licht wordt genoemd ondanks dat het qua karakter afwijkt. Infrarood aan de ene kant van het zichtbare spectrum, ultraviolet aan de andere. Beide soorten ‘licht’ kunnen worden gebruikt om fotografisch ogende afbeeldingen te maken, overigens net als röntgen, dat dan weer straling wordt genoemd.

Ter vergelijking een foto van een schilderij bij normaal licht (links) en alleen met IR-licht (rechts) met een golflengtebereik tussen 1500 en 1900 nm. Heel duidelijk zijn de schetsen te zien die bij het uiteindelijke schilderij onder de verf zijn verdwenen.

Onzichtbaar
Omdat je het infrarode licht niet kunt zien, is het ook onzeker of onduidelijk wat er te zien zal zijn op beelden die daarmee gemaakt zijn. Bij doorzichtmateriaal hebben veel fotografen dankbaar gebruikgemaakt van het speciale verschijnsel dat de kleurstoffen van de kleurnegatieffilm in het geheel geen IRlicht tegenhouden. De ICE-techniek waar deze optie in scanners voor wordt gebruikt, laat in de infraroodversie van de scan niets van de afbeelding zien. Maar stofjes en krassen laten weer geen IR-licht door. De software kan, door de IR-afbeelding en de scan met elkaar te vergelijken, de scan retoucheren. De stof en de krassen worden weggewerkt door ze op te vullen met de informatie van de naastgelegen stukjes foto. Hoewel ik met die techniek bekend ben voelt het toch raar dat iets vergelijkbaars ook gebeurt met verf die ergens op aangebracht is. Je kijkt er normaal niet doorheen, maar als je kijkt wat er in het IR-bereik te zien is kijk je er wel doorheen: je kunt sommige dingen zien die normaal onzichtbaar onder de verflaag verborgen zijn. Deze techniek wordt gebruikt voor vooronderzoek dat een kunstenaar heeft gedaan bij het maken van een schilderij. De eerste schetsen, die vaak met houtskool op het linnen zijn aangebracht, worden overgeschilderd en zijn daarmee zijn gelukkig onzichtbaar voor ons oog. Wanneer je een camera gebruikt die het infrarood wel kan weergeven wordt de onderliggende schets zichtbaar: je kijkt simpelweg door de verf heen. Met een digitale camera waar het IR-blokkerende filter uit verwijderd is, kun je dat al een beetje te zien krijgen wanneer je een filter gebruikt dat het zichtbare licht blokkeert.

infrarood
Voor het bepalen van de uitsnede kun je de software strookjes laten fotograferen, dat gaat sneller dan een compleet beeld laten samenstellen. Scherpstellen kan ‘live’ gebeuren op basis van één plekje waar de sensor stil blijft staan.

Werkwijze
René Gerritsen is gespecialiseerd in kunsthistorisch onderzoek met behulp van allerlei fotografische middelen, waarvoor hij zelfs een eigen röntgenapparaat heeft. Maar ook het gebruik van UV en IR zit in zijn gereedschapskist. Voor dat laatste is een speciale camera in gebruik, de Apollo-camera van Opus Instruments. De buitenkant ziet er erg klassiek en eenvoudig uit: een doos met een balg en een objectief. Maar schijn bedriegt. Zo is het objectief aangepast voor het correct tonen van de afbeeldingen in het infraroodbereik. Intern is het een complexe constructie; de opname wordt namelijk samengesteld uit een groot aantal deelopnames. Er is geen lineaire sensor zoals bij scanners, maar er is een kleine vierkante sensor, die in twee richtingen verplaatst wordt om het hele beeld op te nemen. De software zet al die kleine beeldjes aan elkaar. Het duurt twintig minuten voordat een opname op de volledige resolutie van ongeveer 25 megapixel klaar is. Een voordeel van die rechthoekige sensor is dat je, zij het op een heel klein stukje, op het beeldscherm van de computer kunt scherpstellen. Wel ontbreekt een zoeker; het kost even tijd om te proberen de juiste instelling te vinden om het hele voorwerp in beeld te hebben. Gerritsen gebruikt de halogeen instellampen van de flitsinstallatie als lichtbron; die leveren voldoende IR om mee te werken. Het frequentiebereik dat wordt vastgelegd loopt tot ongeveer 1900 nm, met een filter naar keuze kan de ondergrens gekozen worden. Die keuze leidt vaak tot verschillende afbeeldingen waar de onderzoekers vervolgens mee aan de gang gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam