
Portretfotografie is een complexe bezigheid. In tienden-van-seconden maak je verschillende overwegingen en verricht je doelgerichte handelingen. Deze hebben zichtbare effecten op de resultaten: het standpunt, de uitsnede, de scherptediepte en vooral: het opnamemoment. Dan zijn er nog beslissingen van fotografisch-technische aard.
Waar de fotojournalist en reportagefotograaf vooral met F2.8-zoomobjectieven werkt, kiest de portretfotograaf voor vaste brandpunten. Deze zijn met F1.8 en F1.4-openingen lichtsterker en met het trio 35, 50 en 85mm kun je negentig procent van de portretopdrachten aan. De reportagefotografie vereist dat je snel de juiste uitsnedes kunt maken en daar zijn de bekende 24-70 en 70-200mm-objectieven ideaal gereedschap voor. Portretteer je een kunstenaar in zijn of haar atelier, dan kun je met die 35mm ook de ruimte tonen. De 50- en 85mm-objectieven halen de mens dichterbij. Omdat deze vorm van fotografie meer bestudeerd is en nauwgezetter, werkt de professionele portretfotograaf vanaf een statief.

Drie uitdagingen
In de dagelijkse praktijk portretteer je op allerlei momenten en plekken. Je zoekt – snel – naar het beste standpunt zonder storende of afleidende achtergrond en met de beste plastische werking op het gezicht. Je werkt uit de hand en zonder flitslicht. Zo ben je flexibeler en vermijd je de specifieke flitsproblemen. Drie aspecten op het gebied van lichtbeheersing bemoeilijken de kwaliteit. Ze verdienen extra aandacht:
• Het contrast is (te) hoog. Model en achtergrond hebben een sterk verschillende helderheid. Denk aan een situatie met tegenlicht, binnen.
• Het licht is ontoereikend. Je bent binnen in een fraaie, maar donkere ruimte.
• Het licht zweemt. Er is een mix van daglicht en kunstlicht of met alleen dat laatste. Dat geeft een lelijk zweem over de opnames.
We behandelen dit drietal hieronder;

1. Hoog contrast
Bij geposeerde portretten kun je bijsturen; je vraagt het model zich te verplaatsen naar een gunstiger plek. Tegelijkertijd zoek jij daar naar het beste standpunt. Zonnevlekken in de achtergrond en op het model zijn lelijk. Ondoortekende witte plekken achter het model leiden af. Waar kunnen we de opnames gunstig mee beïnvloeden? Kies een zo laag mogelijke ISO-waarde want daarmee levert de sensor het hoogste dynamische bereik, waarmee je donkere details in de nabewerking gedetailleerd kunt houden, zonder ruis. De beeldstabilisatie in de camera helpt je bij langere sluitertijden scherpe opnames te krijgen. Systeemcamera’s zijn gunstiger dan oude spiegelreflexcamera’s met soms spiegeltrillingen. In binnenruimtes kun je vaak met gordijnen open of dicht doen de werking van het daglicht regelen. En natuurlijk kun je altijd bij portretten aan het raam een reflectiescherm aan de schaduwkant plaatsen. Maak je spontane portretten, kijk dan goed naar de werking van het bestaande licht op het gezicht en vergeet niet in de onscherpte iets van de locatie mee te nemen. Zie het portret van het meisje dat mij de stenen laat zien die zij onder een pier in zee vond. Benut de licht-opheldering van reflecterende muren. Soms kan de toevoeging van kunstlicht in geringe mate en niet sterk-zwemend ook helpen contrasten te effenen.


2. Weinig licht
Theaterfotografen leren noodgedwongen om te gaan met moeilijk licht. Snelle wisselingen, gekleurd licht, felle spots, tegenlicht… Ook ik fotografeer soms in het theater en ken dus die omstandigheden. Waar snelle bewegingen voorkomen, zoals bij dans en indoorsporten, moet je uitgaan van minstens 1/1000 seconde sluitertijd. Met ISO 6400 of 12.800 en de witbalans op kunstlicht (komt overeen met de kleur van het podiumlicht, in sporthallen is dat verschillend) pak je de momenten. Meestal fotografeer je op de grootste lensopening F2.8 met het objectief in de 5m-tot-oneindig limiterstand. De beeldstabilisator staat op de SPORT-modus. Dans en sporten vereisen een snelle (High Speed) opnamestand met AF-C autofocus. Bij theater- en podiumfotografie is de breedveld AF-stand voor mensen ideaal, omdat de scherpstelling steeds op het gezicht van jouw keuze wordt gelegd. Ruis wordt tegenwoordig steeds beter gecorrigeerd in de recente nabewerking en er zijn geweldige correctieprogramma’s zoals Topaz Photo AI. Test waar met jouw apparatuur de grenswaarde ligt in combinatie met de beeldbewerking. Slecht licht kunnen we overal aantreffen: binnen en buiten. Het is zinvol om vóór het fotograferen de camera daarop in te stellen, zodat je meteen aan de slag kunt als zich een opnamesituatie voordoet. Auto ISO is tegenwoordig veilig en heel handig. Wil je meer stabiliteit en toch ook bewegingsvrijheid, fotografeer dan vanaf een eenbeenstatief.


3. Zwemend licht
Bij analoog opnemen in zwemend licht moesten complementaire kleurenfilters voor de lens worden geschroefd, zoals het blauwe 80A-filter. Dat nam twee stops licht weg, waardoor je aangewezen was op ISO 800 of 1600 films. Voor diafilm bestonden enkele kunstlichttypen van onder andere Scotch. Het corrigeren van zwemen naar neutraal is niet eenvoudig, laat dat aan een vaklab over. Bij digitaal opnemen in raw is een vaste witbalans-instelling zinvol als je reeksen van hetzelfde onderwerp vlak na elkaar opneemt. De eerste opname corrigeer je dan op kleur, contrast en helderheid. De overige geopende opnames krijgen dan in één batch diezelfde instellingen. Is de witbalans wisselend, dan maak je het jezelf moeilijk. Een goede correctie voor het normbeeld, wordt dan immers met dezelfde instellingen op de andere, gevarieerde opnames toegepast. Je zult dan elk beeld afzonderlijk moeten nacorrigeren. Meerdere zwemen door elkaar, zoals in interieurs met dag- en kunstlicht zijn moeilijk te corrigeren. Meestal wordt de daglicht-invloed neutraal gehouden, waardoor de delen met kunstlicht een deels tot geheel zwemend aanzien krijgen. Zwemen kunnen bijdragen aan de sfeer, maar ook een lelijke weergave van met name de huidskleur geven. Soms wordt enig invullend flitslicht (dat heeft een daglichtkleur) toegevoegd, met kans op nieuwe of onlogische schaduwen in het interieur. Maak de portretten dan op een plek waar dat licht niet op het model valt.




Samenvattend
Portretteren in een studio, met dezelfde krachtige lichtbronnen, levert geen problemen op, maar de praktijk op locatie is moeilijker. Door wisselingen in helderheid, verschillende lichtcontrasten en -kleuren moet steeds gezocht worden naar de beste oplossingen. Dat kan ten koste gaan van de spontaniteit bij bijvoorbeeld een groep. Helaas denken sommige klanten dat portretteren een kwestie is van ‘even op een knopje drukken’, zoals men dat bij selfies gewend is te doen. Van een professionele fotograaf wordt kwaliteit verwacht: een gave compositie, met scherp opgenomen groepsleden en individuen, op het juiste moment, met herkenbare kleuren in goed licht. De geleverde bestanden kunnen groot worden geprint en zulke foto’s zijn schoon, zonder vlekjes en ruis. Voor bedrijven gelden soms heel specifieke eisen, zoals de logo-kleur, de bedrijfskleding, of men wil meer van de omgeving scherp in beeld zien. Test vooraf hoe jij de verschillende uitdagingen te lijf gaat, zodat jij je volledig op het contact met je modellen kunt richten.
Dit artikel komt uit Focus #6 2024, te lezen via de Focus app.






