Pioniers – Fotografie door vrouwen

0
Pioniers
Vrouwenportret, Duitsland, circa 1931. © Aenne Biermann

Hoewel vrouwen sinds de uitvinding van de fotografie in 1839 actief zijn als fotograaf, is hun werk altijd onderbelicht gebleven. Het Nationaal Archief in Den Haag toont met de tentoonstelling Pioniers – Fotografie door vrouwen werk van 43 vrouwelijke fotografen. Met meer dan 200 originele foto’s, fotoboeken, tijdschriften en documenten over de periode 1859 tot 1999 is het voor het eerst dat er in Nederland zo’n uitgebreid overzicht van vrouwelijke fotografen wordt getoond. Er zijn zowel bekende als minder bekende binnenlandse en buitenlandse fotografen te zien, zoals Emmy Andriesse, Eve Arnold, Eva Besnyö, Augusta Curiel, Gerda Taro en Alexandrine Tinne.

Het Nationaal Archief beheert ruim 15 miljoen foto’s, negatieven en dia’s zegt collectiespecialist foto grafie Elwin Hendrikse. Het gaat om fotocollecties van overheidsinstanties en particulieren, zoals politici, maar ook van organisaties als de Nederlandse Sportfederatie NOC*NSF, World Press Photo en het Cultuurfonds. Elwin: “We hadden al een aanzienlijke fotocollectie, maar die is vervier- of zelfs vervijfvoudigd toen wij de collecties van de voormalige drukkerij/uitgeverij De Spaarnestad overnamen. Veel uitgevers, fotobureaus, kranten en tijdschriften wisten op een gegeven moment niet meer wat ze met hun grote fotoarchieven aan moesten. De kern van onze collectie lag al bij documentairefotografie en fotojournalistiek, een belangrijke reden om deze collecties bij ons onder te brengen. Het maakt ons een van de grootste persfotoarchieven van Europa.

Pioniers
Een korjaal met kinderen in een kreek, Suriname, circa 1915-1928. © Augusta Curiel

Ik zou graag alles willen laten digitaliseren, maar dat is denk ik een droom. Er staan inmiddels zo’n 1,2 miljoen beelden online – nog geen 10% van de fotocollectie, wat wel ons streven is. Het digitaliseren is niet zozeer het punt, maar vooral het maken van goede beschrijvingen is een enorme klus. Dan is er nog het probleem van de auteursrechten van wel duizenden makers. Het gaat hierbij vooral om materiaal waarvan we de rechten niet hebben, maar ook om materiaal waarvan we of niet weten wie de maker is, of niet bekend is wie de rechthebbende is. Voor wat we nu tonen, zijn daar afspraken over gemaakt met Pictoright. De vroegste foto die online staat, is van Alexandrine Tinne (Nederland, 1835 – Libië, 1869; red.). Het is een foto uit 1859 van haar bediende Hendrik met een hondje. Deze laten we ook zien in de tentoonstelling. Maar de vroegste foto in de collectie is een daguerreotypie uit 1847 en ons meest recente materiaal is van 2015.”

Met deze tentoonstelling gaat een lang gekoesterde wens van Elwin Hendrikse en het archief in vervulling; hij hield zich al veel bezig met het werk van vrouwelijke fotografen. “De canon van de fotografie is altijd gedomineerd door mannen. Vrouwen zijn sterk onderbelicht gebleven. Mensen kunnen meestal wel een paar mannelijke fotografen opnoemen, maar bij vrouwelijke fotografen is dat vaak een stuk lastiger. Wij vinden dat vrouwelijke fotografen veel meer gezien moeten worden, en dat we eindelijk hun rol moeten erkennen in de fotografiegeschiedenis.”

Achterzijde van een foto van Augusta Curiel met haar handtekening, 1923.

Hij is ruim negen maanden bezig geweest met zijn onderzoek en heeft duizenden foto’s door zijn handen laten gaan. Lang niet alle foto’s zijn afzonderlijk beschreven. “De Spaarnestadcollectie is voor een deel wel op naam opgeborgen, maar verder is zo’n driekwart van ons hele archief alleen op collectieniveau toegankelijk. Ik ben bijvoorbeeld op thema en op land gaan zoeken. Sommige collecties zijn nog niet goed geordend. Dan weet je alleen maar: in die doos zitten foto’s van India en daarin zit Italië. Maar wat er precies in zit, weet je niet. Ik kwam zoveel interessante series en ontdekkingen tegen, waarvan we echt niet wisten dat we die bezitten.” “Van Augusta Curiel (Suriname 1873-1937; red.) hadden wij vier foto’s in de beeldbank staan. Ik wist dat in ons archief van de Billiton Maatschappij een aanvulling met Surinaamse fotografie was gekomen. Hierin bleken veel losse foto’s van haar te zitten. Curiel runde vanaf 1904, samen met haar zus Anna, dertig jaar lang de belangrijkste fotostudio van Suriname. Het Surinaams Museum in Paramaribo bezit nog een paar honderd van haar negatieven. Haar foto’s zijn niet gestempeld of voorzien van haar naam. Soms werden foto’s op een kartonnen kaartje geplakt met daarop haar naam, maar daar moest meer voor betaald worden. We hebben in de Spaarnestad-collectie één foto van Augusta Curiel op zo’n kartonnetje waar haar firmanaam opstaat. In sommige gevallen heb ik ook materiaal toegeschreven aan haar op basis van de voorstelling, datering, papier en soort afdruk. We hebben één foto waar ik van ontdekte dat op de achterkant haar eigen handtekening staat. Het Koninklijk Huisarchief bezit een bedankbriefje van Curiel met haar handtekening, vanwege het ontvangen van het predicaat ‘hofleverancier’. Ik dacht op een gegeven moment, hé, dat is dezelfde handtekening als op die foto. Dat zijn natuurlijk mooie vondsten.”

Meisje uit de Chinese buurt van Amsterdam, 1951. © Emmy Andriesse

Ook de vondst van een grote serie van Ata Kandó (Hongarije 1913 – Nederland 2017) was een enorme verrassing. Zij reisde in 1961 voor een opdracht naar Zuid-Amerika. “Toen is ze ook het Amazonegebied ingetrokken om er de inheemse bevolking te fotograferen, van wie het leefgebied destijds al werd bedreigd. Die problematiek is nog steeds zo actueel en Kandó liet het al zien in 1961, heel bijzonder. We wisten wel dat zij dat werk had gemaakt, maar niet dat wij het ook in de collectie hebben. We vonden het in het archief van fotopersbureau ABC Press, verspreid over verschillende mappen en dozen. Het zijn ruim 20 prachtige, grote zwart-witfoto’s, door haarzelf afgedrukt. Een ander voorbeeld is een collectie van foto’s en kleurendia’s door Violette Cornelius (Singapore, 1919 – Frankrijk, 1998; red.) die we hebben gevonden. Zij is met een expeditie mee geweest naar het Dogonvolk in Mali. Ze heeft daar fantastische beelden gemaakt.”

Drie mannen in het raam van Hotel Colón, Barcelona, augustus 1936 © Gerda Taro

De tentoonstelling is verdeeld in vier thema’s: vroege fotografie en experiment, oorlogsfotografie, documentairefotografie en straatfotografie. Binnen het team zijn er diverse discussies geweest over welke beelden ze wel en niet zouden laten zien bij het thema ‘oorlogsfotografie’. “Als we geen heftige beelden laten zien, denken mensen misschien weer van: die vrouwen fotografeerden maar een beetje vanaf de zijlijn. Dat dat echt niet geval was, toont een fotograaf als Catherine Leroy (Frankrijk, 1944 – VS, 2006; red.) wel. Zij was pas 21 toen ze naar de oorlog in Vietnam ging en met Amerikaanse troepen meeging naar het front.” Er wordt gewerkt aan een boek dat volgend jaar moet verschijnen. “Het wordt deels een catalogus met alle fotografen uit de tentoonstelling, aangevuld met extra beeld en met meer verdieping. In een uitgebreid essay wordt het onderzoek belicht en worden meer fotografen genoemd. Een fotograaf als Wies Meertens (Nederland 1915 – 1991; red.) zit niet in de tentoonstelling, maar komt wel in het boek. Zij is voornamelijk bekend als de vrouw die de negatieven van Cas Oorthuys afdrukte, maar ze heeft zelf ook geweldige fotografie gemaakt. Naast dat essay zal er ook een lijst worden opgenomen met een overzicht van alle vrouwen die wij in de collectie hebben. We zitten nu op zo’n 150 namen, maar dat onderzoek loopt nog en dat zullen er nog veel meer worden.”

Pioniers
Stenen gooiende katholieke jongeren, DerryLondonderry, 1972 © Christine Spengler

Het grootste deel van de tentoonstelling is voor het eerst te zien. Het zijn voornamelijk originele vintage afdrukken; daarnaast zijn van originele dia’s in de collectie afdrukken gemaakt. Van een aantal foto’s, zoals door Emmy Andriesse (Nederland 1914-1953) en Gerda Taro (Duitsland, 1910 – Spanje, 1937), wordt ook de achterkant getoond, omdat die bedrukt zijn met stempels en aantekeningen. Ook is er een aantal fotoboeken, tijdschriften en documenten te zien waarin foto’s zijn geplaatst. Zoals een Nieuwe Revu met daarin een artikel met foto’s van Christine Spengler (Frankrijk, 1945) over kinderen in Noord-Ierland. “In het archief hebben we veel werk van buitenlandse fotografen, dat ooit voor publicatie in Nederland is aangekocht door fotobureaus en uitgevers. Zoals een serie van Eve Arnold (VS 1912 – GB 2012; red.) uit 1966, over het dagelijks leven van mensen in Rusland, die een jaar later in Avenue is gepubliceerd.” Veel onderwerpen in Pioniers zijn nog steeds verrassend relevant en actueel. Zoals de al eerder genoemde serie van Ata Kandó. Of het werk van Christine Spengler, over de gevolgen van de revolutie in Iran in 1979 die betekende dat de achterstelling en onderdrukking van Iraanse vrouwen verder toenam. De foto’s die Laurence Brun (1944) begin jaren ’70 maakte over onderwijs in Afghanistan. Toen was er ook al weinig onderwijs voor meisjes, momenteel is dit helemaal niet meer mogelijk. Diverse series gaan over de positie van vrouwen, vrouwenemancipatie en over vrouwenrechten.

Pioniers
Meisjesschool in Kamdesh, Nuristan, Afghanistan, 1972. ©Laurence Brun

Zoals de serie Vrouwen te gast (1979) van Bertien van Manen (1942), over de situatie van vrouwen van arbeidsmigranten en van vrouwen die zelf arbeidsmigrant zijn. “We hebben ook een video gemaakt met Cigdem Yuksel (1989; red.), die daar onderzoek naar doet. “Abigail Heyman (VS, 1942-2013; red.) maakte een serie over hoe het in de jaren ’70 was als vrouw om op te groeien in Amerika. In 1974 publiceerde zij het boek Growing Up Female: a Personal Photojournal met daarin onder andere een foto waarop ze zelf een abortus ondergaat. Ook dat is weer een heel actueel onderwerp, zeker in Amerika. De titel van de tentoonstelling, ‘Pioniers’, is ook de leidraad van wat we tonen. Het gaat om de vernieuwing die veel vrouwen hebben gebracht. Soms waren ze wegbereider voor anderen, of hadden ze een bepaalde stellingname.

Pioniers
Schoolbus, Cuba, 1984. © Maria Fialho

Soms waren ze ronduit revolutionair met hun werk. Dat is de rode draad die wij erin hebben willen brengen. Een andere draad is het feit dat het werk van vrouwen gewoonweg niet gezien werd, of niet erkend werd. Zoals bij fotograferende stellen of echtparen het werk vaak gepubliceerd werd onder de naam van de man; denk aan bijvoorbeeld Robert Capa en Gerda Taro. Zij besloten aanvankelijk om hun werk onder zijn naam naar buiten te brengen, dat maakt het complex. We hebben een aantal foto’s waar alleen het stempel van Capa op staat, maar die absoluut door Taro zijn gemaakt, bleek uit onderzoek. Die laten we ook zien. In 1937 begon zij ook werk onder haar eigen naam uit te brengen. We tonen ook een serie die zij heeft gemaakt in een wapenfabriek in Madrid, met haar eigen stempel. Fotografenkoppel Kurt en Margot Lubinski (Duitsland 1906) had een gezamenlijk stempel. En dat geldt ook voor Annemie (Duitsland 1906 – Nederland 1994) en Helmuth Wolff die werkten onder de naam Foto Wolff. Daarvan weten we gewoon niet wie wat gemaakt heeft. Daarom hebben we het niet opgenomen in de tentoonstelling. We laten ook een foto van Emmy Andriesse zien, waar op de achterkant haar eigen stempel doorgekrast is en haar naam vervangen is door die van Cas Oorthuys. Eerlijk gezegd weet ik niet waarom dat is gedaan. Het is een foto van de Amstel in Amsterdam in 1948.

Barber, Curaçao, circa 1999. © Catrien Ariëns

Soms kom je ook stempels tegen waarop de voornaam is afgekort, zodat niet te zien is dat het om een vrouwelijke fotograaf gaat. Je komt best schokkende dingen tegen. In databases zie je bij vrouwelijke fotografen regelmatig alleen als beschrijving vermeld staan: ‘echtgenote van’. Verder helemaal niets. We hebben bijvoorbeeld foto’s van Margreet van Konijnenburg (data niet bekend). Zij staat alleen genoemd als ‘vrouw van fotograaf Marius Meijboom’. Maar zij heeft wel op 7 mei 1945 bij de schietpartij op de Dam gefotografeerd. Dan denk je: jongens, kom op. En dat zie je, ook internationaal en door de jaren heen, op alle niveaus gebeuren. Er zijn steeds meer vrouwen die fotograferen, maar de verhouding is nog steeds ongelijk. Volgens onderzoeken van een paar jaar geleden ligt het aandeel van vrouwen in de persfotografie op zo’n 23%. Dat is nog geen kwart. In de jaren ’50 tot ’70 was de fotojournalistiek voornamelijk een mannenwereld. Dat is wel wat veranderd, maar het is denk ik nog steeds wel een door mannen gedomineerde wereld. Er is absoluut nog werk te doen.”

Pioniers – Fotografie door vrouwen1 dec t/m 30 jun 2024
Het Nationaal Archief
Prins Willem-Alexanderhof 20, Den Haag
Tijdens de tentoonstelling worden onder meer lezingen, debatten en rondleidingen georganiseerd.

Ook nu te zien: Ways of Seeing: expositie met acht vrouwelijke fotografen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam