Bert Teunissen: Reclamefotografie Drum

Een ‘artdirectors-foto’. Het idee ligt vast, de fotograaf hoeft alleen maar te doen wat er van hem gevraagd wordt: de vertaalslag maken van schets naar beeld. De fotograaf als probleemoplosser.

0
Bert Teunissen
@Bert Teunissen

Fotograaf Bert Teunissen en artdirector Peter Bouhof zijn ervoor naar Corsica gevlogen. Low budget. Twee reisdagen, twee werkdagen. Geen assistent. Een lijnvlucht naar Marseille en van daar met een klein toestel naar Corsica. Terwijl ze op dat eiland naast het vliegtuigje wachtten tot een taxi hen kwam halen, werd de bagage uitgeladen: het luik ging open, iemand kroop erdoor naar binnen en schoof tassen en koffers plompverloren het vliegtuig uit, op de eronder geparkeerde platte kar. Dat ging bepaald niet zachtzinnig. Bam! Bam! Bam! De ene koffer na de andere. Teunissen stond erbij en keek er naar. Oh fucking hell, dacht hij. ‘Daar gaat mijn apparatuur naar de kloten.’ 

Na controle bleek alles nog te werken, ook de voor deze opname aangeschafte flitsinstallatie. Ze huurden een auto en een motorfiets (Bouhof had een motorrijbewijs) en er werd onderdak gezocht. Wat, zo ver buiten het vakantieseizoen, niet meeviel. Heel Corsica was dicht. 

Langs de westkust van het eiland rijdend, vonden Teunissen en Bouhof de volgende dag twee geschikte locaties. Toen ze ’s avonds op de eerste van de twee plekken terugkwamen, lag er beneden in de baai een schip voor anker, de masten feestelijk verlicht. Ze zijn langs de rotsen naar beneden geklauterd om te vragen of het daar nog zou vertrekken maar nee, het bleef er de hele nacht. Dat werd dus niks.

De volgende avond, op de tweede locatie, bleek alles te kloppen. Behalve dat het a hell of a job was om die motorfiets naast de tent te krijgen. Dat ding woog 150, misschien 200 kilo en moest over rotsblokken en door de maquis (manshoge, moeilijk doordringbare doornstruiken) naar boven geduwd en getrokken worden. Zo ruig is het landschap, dat van de weg af geraakte auto’s gewoon achtergelaten worden. Voor takelwagens onbereikbaar. 

De uit Amsterdam meegenomen tent opgezet. In de tent de koffer met draagbare (wat toen een nouveauté was) flitsinstallatie op accu’s, het aluminium deksel als reflectiescherm. Tenslotte de kabels uitgerold om de flitsers met de camera te verbinden. Die bleken daarvoor tekort. De afstand tussen statief en tent was te groot.

Peter Bouhof zit achter de rotspunt links van de tent. Bert Teunissen staat achter de camera. Hij zet de lens open en roept naar Bouhof hoe vaak die moet flitsen, acht keer, tien keer, twaalf keer… waarna Bouhof acht keer, tien keer of twaalf keer de draden kortsluit om de lampen te laten flitsen. Na elke lichtexplosie wachtend tot de accu’s zijn opgeladen. Op Polaroid zien ze het resultaat. De definitieve opnames worden gemaakt met een Sinar op 6×12. De volgende dag vliegen ze terug. Teunissen met vijf belichte fotorolletjes in zijn jaszak. Niet bij de bagage, maar op het lijf. 

Na ontwikkeling wordt het beste beeld aan het reclamebureau gegeven. (Teunissen zal het niet meer terugzien. Het beeld bij dit artikel was tweede keus.) In de advertentie wordt het gespiegeld gebruikt om rechtsonder het packshot te kunnen plaatsen. 

Bert Teunissen leerde het vak als assistent van Brian Morris, die het op zijn beurt leerde van de geniale Lester Bookbinder. En dat vak is niets meer of niets minder dan: weten wat licht doet. Daarbij werkt Teunissen graag op het scherp van de snede, zoekt hij de grenzen op van wat fototechnisch mogelijk is. 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam